De klok van het seizoen tikt. In Juni begint officieel het hurricaneseizoen en hoewel onze verzekering toestaat tot 1 juli in de Carieb te blijven moet je voor een Atlantische oversteek toch niet later dan half mei weg. Weg vanuit de Dominicaanse Republiek, Sint Maarten of Florida, niet waar we nu zijn, nog ruim 1250 mijl westelijk van de Dominicaanse Repbliek. 1250 mijl tegen de heersende winden in ook.
![]() |
| By Yummy Yummy |
Het is daarom belangrijk om een goed weerwindow ook direct te gebruiken en er lijkt zich één aan te dienen vanaf 3 april. Eerst met een paar dagen zuidoosten wind omhoog naar Mexico en dan daar op een naar noordoost wind draaiende wind door naar de Caymans, Jamaica en verder. Althans dat is het plan.
![]() |
| Wasdag |
Vooruitkijkend vergeten we natuurlijk niet te genieten van het prachtige Caye Caulker in Belize. Genieten van het eten, de natuur, de mensen. We lunchen uitgebreid bij Yummy Yummy en naast dat het lekker is, zijn de porties gigantisch. We nemen nog voor anderhalve dag aan doggy-bags mee.
| Roggen bij de fueldock |
Op woensdag 1 april gaat Robert naar San Pedro (op Ambergris Gray) om uit te klaren. We zouden er met de boot heen kunnen maar de weg erheen is al vrij ondiep en de ankerplaats helemaal. Het zou mogelijk moeten zijn om zonder boot en crew daar uit te klaren dus we doen een poging en zowaar lukt het. De veerboot naar San Pedro in de ochtend doet er 30 minuten over, en nog anderhaf uur later zijn we good to go.
| Op de ferry naar San Pedro |
San Pedro is in de 80's bezongen door Madonna in La Isla Bonita maar zo 'Bonita' is het niet meer: druk, toeristisch, vies. Veel van de charme is inmiddels verloren gegaan. Men zegt dat Caye Caulker het San Pedro van nu is en daar kunnen we ons iets bij voorstellen. Zo langs als het duurt, want ook Caye Caulker wordt steeds toeristischer en minder oorspronkelijk. De vaart der volkeren zeg maar.
| La Isla Bonita |
Terug op de boot zouden we eigenlijk direct moeten vertrekken: immigratie kent geen 'we gaan morgen', je wordt geacht ook te gaan. Maar in de praktijk heb je wel 24-48 slack, en niemand komt hier controleren. Zolang je niet wordt opgepakt of onder een auto loopt kraait er geen haan naar. Meike, Ties en Amarins gaan nog op stap met Floor en Linda met het advies in ieder geval niet opgepakt te worden en slagen daar gelukkig in.
| Bij de Mennonieten voor top groente en fruit |
Donderdag (2 april) is een dag van logistiek én van bezoek. We halen diesel, bezoeken de wasserette en gaan naar de Mennonieten markt voor groenten en fruit. De waar die ze aanbieden is super: prachtig vers en ongekoeld dus goed houdbaar. Met een paar boodschappentassen vol hebben we de buit binnen. Ook gaan we nog bij Monique van de Humane Society op bezoek voor de gezondheidsverklaringen van de katten. Later op de dag komen Floor en Linda op bezoek. Meike en Ties hebben Floor leren kennen in El Paredon (in Guatemala) en nu is ze met vriendin Linda in Belize belandt. We borrelen en zwemmen bij de boot en het is een mooie afsluiter van onze tijd in Belize.
![]() |
| Borreltijd met Floor en Linda |
Vrijdag is vertrekdag. De weerberichten zijn nog goed dus gaan. We motoren op het eerste daglicht langs door majestueuze buien gedecoreerde luchten. Zelf houden we het net droog. We gaan eerst weer terug naar het zuiden langs Cay Chapel omdat we weer bij Long Cay het barrier reef over moeten steken om naar open zee te kunnen. Dat het hier vrij precies komt blijkt wel als we maar iets afwijken van onze vorige track en prompt vastlopen in het zand . Iets meer naar bakboord vinden we weer genoeg water en de laatste mijl naar het rif hebben we weer de verwachte 4 tot 5 meter water onder de boot.
| Onderweg |
Er staat nu duidelijk meer wind en swell dan toen we hier binnenkwamen een paar weken terug. Omdat de pas diep genoeg is (5 a 6 meter) en vrij breed (een aantal scheepslengtes) komen we zonder problemen buiten. We pareren 2 of 3 wat hogere golven, en zien vrij snel daarna de dieptemeter kelderen tot deze de geruststellende 'LDP' aangeeft: Last Depth. Ofwel te diep om te meten. Het is alsof je aan ravijn in vaart, wat eigenlijk ook zo is behalve dat er water in staat.
![]() |
| Even bellen |
Eenmaal buiten hebben we snel onze draai gevonden. Het is net aan bezeild, we hebben al wat stroming mee, en er staat een lopend windje. Een goed begin. Op enig moment zien we een Marlijn naast de boot springen en dit dier maakt ons bezoek aan Belize wel compleet: het land is een enorm open lucht aquarium met een ongekende rijkdom aan dieren. Combineer dit met het redelijk zorgeloos (qua golven dan, niet qua dieptes en riffen) zeilen achter het barrierrif en we hebben beleefd waarom dit als een zeilersparadijs wordt gezien.
| Het thema is 'vogel' |
Ergens tussen Belize en Mexico 'ontspringt' de golfstroom. Althans, in de straat van Yucatan wordt alle stroming uit het Caribisch bassin samengeperst in een nauwe zeestraat om daarna via de Golf van Mexico en Florida in de Atlantic verder te gaan als 'de golfstroom'. We merken dit heel duidelijk: onze SOG neemt steeds meer toe en ook de zee wordt ruw en bokkig. En dan hebben we nog niet eens stroom-tegen-wind. We tikken regelmatig de 9 knopen aan en hotsen en knotsen naar het Noorden.
![]() |
| En weer eentje |
De seastate is niet tot ieders genoegen: in dit soort condities inslingeren is niet ideaal en Anneke, Amarins en Ties voelen zich niet top. Eigenlijk zouden we op de zuidoostenwind al wat meer naar het oosten kunnen sturen alleen komen we dan in het felst van de stroom (3 tot 4 knopen) terwijl de wind pas later naar het noordoosten draait. We zouden zo langs Cuba de Golf van Mexico in stromen of tegen de wind in verder naar het oosten moeten kruisen.. Wel een korte en snelle weg naar huis maar niet de planning. Even wachten lijkt de betere optie.
| Cozumel |
We besluiten om achter Cozumel langs te varen en daar een ankerstop te maken. Dit eiland voor de kust van Mexico biedt wat lij om te wachten tot de wind naar noordoost draait. We willen alleen niet officieel Mexico in: inklaren duurt meederde dagen en kost al snel 600. We gaan gebruik te maken van het recht op 'innocent passage'. Een schip mag de territoriale wateren van een land doorvaren en als dit nodig is zelfs ankeren mits je niet de boot verlaat.
| Helder water |
![]() |
| Goedemorgen Cozumel |
We krijgen op de boot nog wat mee van het toeristen leven op Cozumel: luide muziek vanaf de wal en onder andere een piratenschip wat in de buurt rondjes vaart en waarop live een soort 'Pirates of the Caribean' voorstellingen worden opgevoerd. We kunnen een beetje van de show meegenieten, inclusief de zwaardgevechten op dek. Best leuk.
| Drijvend toeristen-theater |
De volgende morgen (zondag 5 april) hebben we de beloofde noordoosten wind en gaan we anker op om ten noorden van Cozumel stuurboord uit te gaan richting de Kaaiman eilanden. Een tocht van ongeveer 300 mijl waarvan we hopen ongeveer de helft te kunnen zeilen. De tweede helft van de tocht wordt er geen wind voorspeld. Normaliter zou je dan wachten maar hier niet. Beter geen wind, dan een passaatwind op de neus.
We merken boven Cozumel dat de stroming nog rare dingen doet met zee en wind maar eenmaal wat verder is het heerlijk zeilen. Een mooie aan-de-windse-koers, een lopend windje, heerlijk. Alleen het vis vangen wil nog niet lukken.
![]() |
| Altijd mooi |
We zitten snel in het ritme van eten, drinken, lezen, wacht lopen en natuurlijk de 15.30 snacky time. Wachten lopen is weer ongekende luxe: iedereen heeft 's nachts maar één wacht van 3 uur en alleen Robert moet heel af en toe even aan dek komen als we een 'close CPA' hebben met een groot schip.
Aan het eind van maandag gaat de wind zoals verwacht eruit en motoren we rustig verder. Anneke bakt op dinsdag een heerlijke cake en we vangen ook een heerlijke Mahi. We zijn alleen niet de enige die deze Mahi vangt. We horen de reel ratelen en springen verheugd op. 'Beet !'. We kijken achterom om te kijken wat we aan de haak hebben geslagen en Anneke begint de lijn binnen te halen.
| Een halfje Mahimahi |
Terwijl we de vis binnen halen is er plots een grote plons en is onze Mahi voor de helft verdwenen. In het helder water achter de boot zien we een grote haai en nog een groepje Mahi's. De haai heeft onze vangs voor de helft afgebeten. Dat scheelt in ieder geval schoonmaken en deels fileren maar voor de vis is het wel sneu: als we deze aan boord halen leeft deze nog: de Mahi is nog groen en blauw als deze leeft en wordt ineens grijs als deze sterft.
![]() |
| Heerlijk filets |
Snel verlossen we het dier uit zijn lijden waarna Anneke de vis verder verwerkt tot heerlijk filets en ceviche én een paar stukjes voor de katten. We schatten dat de vis ongeveer een meter lang was voordat de haai toesloeg. Er blijft in ieder geval meer dan genoeg voor ons over.
| En Ceviche |
We worden ook nog bezocht door 'flying chicken' ofwel vogeltjes. Er cirkelen meedere zwaluwtjes rond de boot en we verbazen ons dubbel: wat doen zwaluwen zo ver van land, en waarom zijn ze totaal niet schuw. Op enig moment hippen ze op je been, je arm, en niet veel later zitten er 2 op Anneke's hoofd gezellig te tjilpen. De katten hebben eerst gelukkig niets door totdat er een zwaluw naar binnen vliegt en Tijger toeslaat. Anneke grijpt Tijger nog in het nekvel maar deze laat niet los. One down. Even later grijpt Fireball er ook nog 1. Het totaal tijdens het zeilen op open zee gevangen aantal vogels staat nu op 5. De natuur is wreed.
![]() |
| Rare jongens die zwaluwen |
Later gaat Tijger buiten ook nog op vogeljacht en tegen zonsondergang springt bij via de buiskap op de bimini, en dat terwijl we ongeveer 20 graden helling maken. Als Tijger nu overboord valt zien we hem nooit meer terug. maar ja, er zit daar een zwaluw. We weten Tijger eraf te krijgen en we sluiten ze voor de zekerheid maar even binnen op tot het donker is.
![]() |
| One down |
Op woensdagmorgen hebben we nog ongeveer 50 mijl te gaan tot Grand Cayman. We komen op tegenkoers een eerste cruiseschip tegen. Bestemming Cozumel, logisch. Het weerbericht is voor ons goed om even vast te maken op Cayman en na 1 of 2 dagen door te zeilen naar Jamaica. We willen niet ons window missen maar een bliksembezoek aan de Kaaiman Eilanden is ook leuk.
| Customs dock Grand Cayman |
Rond 5 uur in de middag lopen we de ankerbaai van Georgetown aan en melden ons bij de Port Control. We hadden gehoopt naar een mooring te mogen om later in te klaren zodat we geen katten hoeven te melden en voor donker vast te ligge maar we worden verzocht naar het customsdock te komen. We meren aan een ruwe betonnen steiger en er staat aardig wat swell. Terwijl Robert op de wal is om in te klaren trekken we bijna een bolder van dek. Snel legt Anneke de nylon tros naar een van de schootlieren waarmee ze erger te voorkomt. Het is altijd beroerd om aan een kade aan te meren die open ligt naar zee: ook als is het aan de lij zijde, er blijft altijd beweging in het water achter waar de boot op heen en weer wordt gezet met schokbelasting op de lijnen als gevolg.
![]() |
| Hallo buren |
Het inklaren gaat vlot en supervriendelijk en is los van het gillende brandalarm (waar niemand zich wat van aantrekt bij customs) probleemloos. Wel krijgen we een 'citation' met betrekking tot de katten: de Kaaiman eilanden zijn super streng met het invoeren van huisdieren, ook al blijven ze op de boot. De 'citation' heeft verder geen consequentie, het is een waarschuwing met het strikte advies ze niet van boord te laten. Dat waren we ook niet van plan. Wel geven ze nog mee dat Jamaica nog veel strenger is en zelfs in gevallen dieren euthaniseerd. Dat is een fraai vooruitzicht.
| Bij Camana Bay |
Van de Port Control krijgen we de precieze coordinaten van de mooring waar we naar toe mogen en nog net voordat het echt donker is liggen we aan onze 'bal'. Gehaald. Stempels in het paspoort, een borrel, eten, en een boerennacht.
| Even aan het strand kijken |
De volgende morgen hebben we weer 3 grote cruiseschepen als buren. Onder de boot is het ook mooi: we liggen in glashelder water boven koraal. Dé reden dat je hier verplicht aan een (gratis) mooring ligt. Ankeren mag niet om het koraal niet te beschadigen.
| Even in de airco met een koude koffie |
We gaan we het eiland op. We hebben welgeteld één dag. Aantikken en weer wegwezen. Het verschil met de voorgaande landen is weer groot: heel Amerikaans, veel dure auto's. We gaan eerst naar Camana Bay, een resort achtig winkelparadijs met, jawel, een Starbucks én een mooie boekwinkel. Vervolgens nemen we een bus naar het centrum van Georgetown om daar wat sfeer te proeven. Wat opvalt zijn de lange rijen cruisegasten die weer terug aan boord willen en door een soort checkppoint heen moeten. We sneupen wat langs juweliers en soevenirwinkels en gaan weer langs customs en immigration om weer uit te klaren.
| Oversteekpark (over de snelweg) |
Georgetown schijnt de Burger King met het mooiste uitzicht ter wereld te hebben dus dit willen we meemaken. Inderdaad zit deze vestiging pal aan zee en los van de vieze ramen is het uitzicht fenomenaal want op onze eigen boot. We hydrateren ons dankzij de Amerikaanse 'free re-fill' optie en goed gevoed (nou ja, goed) gaan we nog even langs de supermarkt voor vers brood en yoghurt.
| Red snappers op de markt |
In de supermarkt is het wel even slikken. Alles is ongeveer 2 tot 3 keer zo duur als in Nederland. Gelukkig hebben we niet veel nodig, maar je zal hier wonen en niet puissant rijk zijn. Ties en Robert gaan nog even diesel halen: de overtocht naar Jamaica zal ook vrij kalm zijn en het is een groot eiland waar we nog helemaal 'onderdoor' moeten varen. Het probleem met het moeten sjouwen van jerrycans is snel opgelost met winkelkarretje wat ons wordt aangeboden. Goed geregeld.
| Fuel by can |
Terug aan boord vinden we het ook wel prima zo. We hebben even de sfeer op Grand Cayman geproefd. Het snorkelen en duiken slaan we zonder spijt over, we zijn ook wel erg verwend in Belize. Na een goede nacht maken we op vrijdag 10 april los van de mooring bal, zetten zeil en zetten koers naar Jamaica.
Ook deze tocht zal weer deels zeilen, deels motoren zijn. Het is 180 mijl naar de westpunt van Jamaica, maar daarna is het nog een keer 150 mijl naar Kingstown waar we uiteindelijk heen willen. Dit laatste stuk onder het eiland zal kalm of zelfs windstil zijn.
| De Jamaicaanse kolibri die we later zien |
De eerste dag gaat mooi, een lopend windje, niet te veel zee. We komen op tegenkoers een sleper tegen met een grote bak met een of andere grondstof (zand?). Later zien we er nog meer, Het is ons niet duidelijk waarom dit zo vervoerd wordt over open zee maar we raden een beetje dat het komt omdat je niet met een zeeschip in de lagune van Georgetown kunt komen (??).
![]() |
| Rustig weer, dus verse pizza |
Op zaterdag zijn we al onder de beschutting van Jamaica, worden de golven lager en gaat de wind eruit. Van hier is het nog ruim een dag varen naar Kingston en we moeten rekening houden met een overvloed aan visnetten onder de kust. Overdag zie je deze nog wel (meestal) maar 's nachts is dit een loterij met slechte prijzen. Daarom plotten we een route die ons in minimaal 200 meter diepte houdt. Daardoor moeten we wel op enig moment best ver uit de kust varen waardoor we in oostenwinden en behoorlijk zeegang komen. Samen met wat tegenstroom maakt dit een vervelend stuk.
Zondag in de loop van de dag zijn we er klaar mee. De zee is bokkig, de wind neemt toe, en met de motor op 2200 toeren maken we maar net 3 knopen voortgang. Op deze manier komen we niet met licht in Kingston en we besluiten een baai eerder voor anker te gaan bij Pigeon eiland. Maandag weer verder.
| Pigeon Island |
Een klein stukje de baai in is de zee weer vlak, de wind kalm en niet veel later ligt het anker in de grond bij Pigeon eiland. Een prima plek om even pas op de plaats te maken en een nacht te slapen. Na een sundowner en diner gaat snel het licht uit.
Maandag 13 april gaan we op tijd weer onderweg voor de laatste 25 mijl naar Kingston. We blijven dicht onder de kust en kunnen op wat late landwind het grootste stuk heerlijk zeilen. Aangekomen bij Port Royal melden we ons via de VHF bij de customs dock maar we krijgen geen respons. Graag hebben we vooraf even contact over huisdieren aan boord. Jamaica heeft regels waar je letterlijk onmogelijk aan kunt voldoen en we willen geen problemen als we eenmaal bij customs voor de deur liggen. Als we buitengaats kunnen overleggen kunnen we worst case altijd nog besluiten door te varen en Jamaica te laten voor wat het is.
| Balls is standbye op 16 |
Hadden we al een 'in-transit' verzoek gedaan bij de Agri-dienst van Jamaica (maar nog geen reactie), nu appen we ook Peter van de Royal Jamaica Yacht Club. Dank Elon voor je Starlink, zo ontzettend handig om overal internet te hebben. Peter belt vrijwel onmiddelijk terug en vertelt dat er legio boten bij de club komen met katten, honden, vogels en wat al niet meer aan boord. Zolang het niet van boord gaat is er geen probleem. Dat is bemoedigend, en met een iets geruster hart ankeren we bij Port Royal Customs dock.
![]() |
| Port Royal |
Het niet kunnen krijgen van marifoon contact was niet profetisch: vrijwel direct na aankomst worden we aangeroepen door de customs officer om naar de wal te komen. Robert gaat naar de wal en klaar de boot in. Ongeveer een half uur later kunnen we de health inspection officer ophalen die de boot (en ons) inspecteert. 'Jullie zien er allemaal wel gezond uit'; zegt hij en de gele vlag mag uit het want. De katten vindt hij inderdaad geen probleem zolang ze maar aan boord blijven. Nu is het nog wachten op immigration. Deze laat iets langer op zich wachten, maar alleen al dat je zelf niet langs alle instanties hoeft is het wachten al waard. Halverwege de middag is alles klaar en gaan we onderweg voor de laatste 4 mijl naar de RJYC waar we ankeren en een einde aan de dag breien.
| Voor anker bij de RJYC |
De ontvangst bij de RJYC op dinsdag is hartelijk. Het is een echte club met grote houten panelen aan de muur met de namen van ereleden en commodores. Er staat een poolbiljart en een zit-/tv-hoek met heerlijk leren banken en er is een bar met betaalbaar eten en drinken. Oh ja, én een zwembad. Peter ontvangt ons met égards en geeft een korte introductie van de club en de faciliteiten. Hier gaan we ons wel even vermaken.
| Even poolen bij de jachtclub |
Later in de middag gaan Anneke en Robert even naar de dichtsbijzijnde supermarkt. De informatie dat deze op 1 kilometer lopen zou liggen klopt niet. De afstand is ongeveer 5 kilometer en we nemen een taxi. De chauffeur is super behulpzaam: we krijgen local advies, hij rijdt ons langs de ATM en wacht op ons bij de supermarkt. Wel is hier het contrast weer groot. We zijn in Kingston, de hoofdstad en hier loop je niet over de hoofden van toeristen. We zijn de enige blanken in de winkel. De mensen om ons heen zijn druk bezig met hun eigen leven en wij bewegen er als een soort buitenstaander tussendoor. Of ook gewoon als iemand die druk is met zijn of haar eigen leven en verder niet speciaal is.
![]() |
| Prachtige planten |
Heel apart, zeker in vergelijking met Guatemala en in iets mindere maten Belize, en op meerder plekken op Jamaica zien we dit. De één op één contacten zijn daarbij heel hartelijk. Wat mogelijk invloed heeft is Hurricane Melissa die in Oktober 2025 een deel van het eiland verwoestte. Het hele eiland merkt hier nog de gevolgen van, niet alleen in directe materiele schade maar bijvoobeeld ook in de beschikbaarheid en prijs van verse groenten en fruit.
| Ons Patois woordenboek |
We maken plannen voor ons verblijf hier met een scheef oog op de weerberichten om verder oostwaarts te varen. Meike wil vanuit hier een vriend in Miami bezoeken en we vinden een betaalbaar ticket op donderdag vanuit Montego Bay op de noordwest kant van het eiland. We combineren dit met een rondreis over het eiland en huren een auto voor een klein week. De luchthaven ligt vlakbij de RJYC maar de autoverhuurder komt de auto graag brengen bij de jachtclub, handig. De auto zelf is technisch niet helemaal perfect: er zit een behoorlijk 'roar' in een achterwiel maar los van de herrie tussen de 40 en 80 kilometer per uur snelheid is het verder geen probleem. Ook zitten er al aardig wat schrammen en deukjes aan, maar dat geldt voor de meeste autos hier.
| Links rijden |
Het zal sowieso een wonder zijn als dit het enige mankement is waar de auto mee terug komt. Jamaicanen rijden als maniakken: overal minstens 20 km/u te snel en altijd inhalen, ook op plekken waar dit helemaal niet kan (naar onze maatstaven dan). Daarbij zijn de wegen bezaaid met potholes waar je spreekwoordelijk met je hele auto in kunt verdwijnen. En ze rijden hier links, maar dat vinden ze hier zelf niet raar.
| Deze vrucht wordt voor ontbijt gegeten |
Los van een enkele keer wissen als je wil richting aangeven en vice versa gaat het rijden prima. We maken op woensdagmiddag een ritje naar Kingston naar een boekwinkel waar we een heel leuk gesprek hebben met de eigenaar over Jamaicaanse poezie en literatuur en over de lokale taal 'Patois'. Ook verblijden we de KFC met een bezoek. Normaal wil je hier niet dood gevonden worden maar die op Jamaica zou de beste ter wereld zijn. Nou, het zal wel, het blijft gefrituurde kip met een beslagje met paneermeel hoewel de Jerk sauce er wel een eigen tintje aan geeft. Volgens de kinderen is het echter wel bijzonder, en zij zijn de kenners, dus vooruit.
![]() |
| Even relaxen bij half moon beach |
Op donderdag begint de echte reis. Eerst met vijf man naar Montego Bay om Meike op het vliegveld af te zetten. We moeten in Kingston even onze weg vinden naar de tolweg de stad uit maar eenmaal op de grote weg gaat het vlot. We komen ruim op tijd bij het vliegveld en gaan nadat Meike heeft bericht dat ze door security is met zijn vieren verder. We verkennen wat van het centrum van Montego maar hebben het snel gezien: de artesan market is vooral erg toeristisch (logisch) en in het centrum bij de markt hangt niet een ontspannen sfeer en is het vooral ook heel druk. Ons overvalt een beetje hetzelfde gevoel als in Kingston. Je bent toeschouwer.
| Onderweg |
Wat ons wel kan bekoren is de Pork Pit. Het klink mogelijk niet zo smakelijk maar dat is dit beroemde grillrestaurant wel. We laven ons aan de beste garnalen, grilled pork, roti, en nog het één en ander. Na een kort kijkje op het naastliggende strand gaan we weer in de auto om door te rijden naar Negril waar we overnachten.
| Bij de pork pit |
Vlak voor Negril komen we nog langs Half Moon Beach en hier brengen we een heerlijke middag door. Midden in de natuur, rustig, ligbedden op het zand in de schaduw van de bomen, heerlijk water, een bar. Zalig. Meike appt dat ze goed in Miami is aangekomen. We rijden de laatste 30 kilometer naar Negril en checken in bij ons hotel wat in de verte een beetje doet denken aan Faulty Towers: de gastvrouw is in dit geval Basil die ietwat hyper en ongeremd ons ontvangt: wanneer Robert haar Patois niet direct begrijpt vraagt ze of er iemand van ons beter Engels spreekt.
| Anneke's en Robert's kamer |
De ontvangst is verder prima en vriendelijk. Wat wel jammer is, is dat in de kamer van Robert en Anneke (die wat hoger ligt) er niet genoeg waterdruk is. Het toilet vullen gaat nog net maar douchen moeten ze bij Ties en Amarins. Als we ons bedenken hoe dit komt is het niet jammer meer: dit deel van Jamaica is nog aan het herbouwen van hurricane Melissa en nog lang niet overal is de infrastructuur hersteld. Het had wel even gemeld mogen worden, maar erg is het niet. Het viel sowieso al op dat naarmate we westelijker reden de schade aan natuur en huizen zichtbaarder werd. Het platendak van onze hotelkamer was duidelijk nieuw, de resten van de binnenbetimmering konden we nog zien
| Half moon beach |
Op vrijdag na een traditioneel ontbijt gaan we vroeg op pad richting de Mayfield watervallen. De rit erheen is ook prachtig, los van de stormschade die wel op veel plekken zien en de soms enorm slechte wegen. Bij de watervallen gaan we met de gids onderweg om door en over de rivier te waden. Nat worden verplicht maar dat is geen straf.
| In the Mayfield river |
| Heerlijk ! |
Het water is heerlijk en de natuur is prachtig, hoewel het hier voor Melissa nog veel mooier is geweest. We sluiten de dag af met een diner in Negril én een bezoek aan Rick's café waar je geweest moet zijn. Bij Rick's kun je van de klif duiken van verschillende hoogtes, de son in de see sien sakken (want het ligt aan zee op het westen) en vooral ook ontzettend toeristisch genieten van DJ's, drank en mensen kijken. Leuk om even geweest te zijn.
| Bij Rick's cafe |
Zaterdag gaan we verder naar Treasure Beach in het zuiden en deze rit is wel pittig. Niet speciaal vanweg de afstand, de weg, of de Jamaicaanse rijstijl maar omdat dit deel van Jamaica het zwaarst is getroffen door Melissa. Gemiddelde windsnelheden van 270 km/u hebben hier een ravage aangericht, en nu, 6 maanden later is er nog veel te herstellen. In Black River weten we niet wat we zien: een ingestorte stenen kerk, tentenkampen, weggevaagde natuur. auto- en bootwrakken, het lijkt wel een oorlogsgebied. We stoppen nergens echt, omdat je hier heen 'tourist' wil zijn.
| Ravage bij Black River |
| Nog meer ravage |
Richting Treasure Beach wordt het weer iets beter hoewel ook daar veel schade is. Het hotel waar we verblijven mist een bovenverdieping en de strandtoegang die ze hadden is weggevaagd en wordt nog hersteld. Het hindert ons verblijf niet. Teneerste niet omdat het toerisme nog moet opveren en we graag bijdragen aan het herstel, maar ook niet omdat de eigenaren binnen de mogelijkheden alles top voor elkaar hadden: de binnentuin was prachtig, de biljartruimte was top, het zwembad heerlijk, de bedden super én Amarins kon zich uitleven in de fitnessruimte.
![]() |
| Ons zwembad |
Na een heerlijke nacht gaan we onderweg richting Kingston om daar de Blue Mountains in te gaan en daarna naar de boot terug te keren. Hoe dichte we bij Kingston komen, hoe normaler het landschap weer wordt en eenmaal voorbij Spanish Harbour is er eigenlijk niets meer te zien. De rit de bergen in is schitterend en we drinken de beroemde blue mountain koffie op gepaste hoogte. Ook zien we hier de Jamaicaanse kolibrie, herkenbaar aan zijn gevorkte staart. Op enig moment gaan de hemelsluizen open em we rijden samen met vele duizende liters aan bruin water weer de heuvels uit.
| Er komt een boel water naar beneden |
Na een bezoek een een hypermarkt zodat we vertrekklaar zijn qua boodschappen rijden we de laatste paar kilometers door Kingston naar de jachtclub. Auto heel. Wij heel. En veel gezien van Jamaica, mooie dingen, en minder mooie dingen. Alleen het Bob Marley museum mist nog maar dat komt dinsdag. We appen de autoverhuurder dat we er weer zijn en terwijl Ties de boodschappen in de dingy laat haalt de verhuurder de auto weer op.
| Bob's huis |
We hielden de weerberichten al een tijdje in de gaten en nog steeds lijkt het goed om dinsdag aan het eind van de dag richting de Dominicaanse Republiek te vertrekken. We kunnen dan in relatieve kalmte onder Jamaica doorzeilen, steken met maximaal 22 knopen vlagen over tussen Jamaica en Haiti om daarna half-om-half te kunnen (motor-)zeilen in rustig weer. Best ideaal vergeleken met hoe het hier kan zijn als de trades doorblazen uit het oosten.
![]() |
| Buiten het museum |
![]() |
| Galgenmaal bij de JC |
Maandag klaren we uit bij customs die daarvoor naar de JC komt (handig !) en we vermaken ons verder aan- en in het zwembad. Op dinsdagmorgen sluiten we de katten op en gaan we aan de bunkersteiger voor diesel en water en voor immigratie die ook naar de JC komt. We leggen de boot terug voor anker en regelen een Uber om ons naar het Bob Marley museum te brengen. Dit mag je niet missen en is inderdaad erg leuk. Het museum is gevestigd in het huis waar Bob en Rita woonden en waar o.a. ook nog de opnameruimtes intakt zijn. Terug in de JC geven we onze laatste dollars uit aan ons galgenmaal om daarna rond 5 uur anker op te gaan met bestemming Dominicaanse Republiek.
Na de baai van Kingston uit gemotord te zijn zeilen we rustig de nacht door. Omdat het kan, maar ook omdat we niet willen motoren in ondiep water i.v.m. mogelijke visfuiken die je in het donker niet ziet. Het is ook wel een kalm begin, rustig inslingeren. Het weer houdt zich aan de voorspelling en in de ochtend krijgen we net voorbij de oostpunt van het eiland de voorspelde hardere wind en forse zee. Na een 20 mijl is dit ook al weer over en zeilen we al in veel rustiger water gestaag verder.
![]() |
| 36.... |
Donderdag en vrijdag zijn we al onder de kust van Haiti en is er geen noordoosten swell meer. Op momenten zien de kust in de verte. Het is wat squallig weer waar twee kanten aan zit: op donderdagavond hebben we bakboord van ons een enorme lijn buien die door de luchstroming de bui uit ons een perfect noordenwind geeft. We zeilen er de hele avond en een groot deel van de nacht heerlijk op totdat tijdens Anneke's wacht we in de buienlijn komen. De wind komt overal vandaag en er vallen bakken met water. Dat is de andere, nattere. kant van squallig weer.
| We gaan de nacht weer in |
Soms zeilen we, soms motorzeilen we, en zo leggen we elk etmaal ongeveer 100 mijl af. We timen het zo dat we zaterdagmorgen (25 april) bij Isla Beata zijn, de meest zuidelijke punt van de Dom.Rep. Hier komen we weer in ondiep water dus we willen hier met daglicht zijn. Robert zeilt het eerste stukje rond de kaap nog in het donker maar geholpen door stroming is het net te zeilen dus hoeft de motor niet bij. Eenmaal voorbij de kaap krijgen we echt een goed zich op groene land we ruiken een bloemige, vochtige landgeur.
![]() |
| Rond de kaap |
Was oorspronkelijk het plan om naar Barahona te zeilen, de wind is nu zo gunstig dat het logisch is om meteen door te zeilen naar Santo Domingo, nog ongeveer 100 mijl verder. Zo gezegd zo gedaan en we kunnen het grootste deel van de dag heerlijk doorzeilen. Wat wel wat zorgelijk is zijn de markeringen van visfuiken die we tegenkomen in tot wel 4km diep water. Ze zij gemarkeerd met twee grote jerrycans met daartussen een paar meter tros, niet iets waar je tussendoor wil varen, zeker niet als je motort. Overdag zie je ze wel maar 's nachts ?
![]() |
| Dominicaanse Republiek in zicht |
We moeten vannacht tempo houden om met hoog water bij Santo Domingo te komen (anders is de haven voor ons te ondiep om aan te lopen) maar we willen ook liefst niet motoren. Tegen donker komen we in iets minder diep water (1-2 km) en onze theorie lijkt op te gaan: we komen deze gekke visconstructies niet meer tegen dus we gokken het erop. Als de wind eruit gaat, motor bij, uitkijk houden, en hopen dat je nergens overheen vaart.
![]() |
| En weer een tractatie in de avond |
Zonder problemen komen we zondag (26 april) om 05.30 voor de riviermonding van Santo Domingo. We varen de rivier op en leggen de laatste mijl naar de haven af. We hebben vooraf contact gehad met de havenmeester en er staat zoals afgesproken personeel klaar om de afvalkering weg te schuiven en om ons zonodig een duwte te geven om door het slib heen bij de kant te komen. Ook customs en immigration staan al klaar op de wal. En dit allemaal zondagmorgen om 06.30. Wat een ontvangst.
| Op de plek |
Het aanleggen gaat zonder hulp en het inchecken gaat vlot en vriendelijk. Een fijn welkom. Een eerste wandeling naar de oude stad laat weer een heel andere wereld zien. Even niet de Engelse handtekening zoals op Belize, Cayman en Jamaica, maar die Spanje als stichters van de oudste stad in de 'nieuwe wereld'.
| In Santo Domingo |





















