Het inklaren op San Andres vrijdagmorgen gaat mooi vlot: alle officials verzamelen op de steiger bij Nene marina, samen met onze Agent. Agriculture and Health wil weten wanneer onze boot voor het laatste gedesinfecteerd/gesprayed is en heeft nog wat voor jachten niet ter zake doende vragen.
 |
| Het blijft mooi |
Met de immigratieofficer hebben we wat (vriendelijke) discussie of we nu wel of niet de 30 dollar p.p. fee moeten betalen. Blijft je bezoek onder de 24 uur dan hoeft dit niet maar we zijn eigenlijk gisteravond al aangekomen. We weten terug te onderhandelen naar 150 dollar voor beide boten (50% korting) maar het is ook nog onduidelijk of we dát nog moeten betalen. We gaan het aan het einde van de dag zien als onze Agent terug komt met onze exit-Zarpe.
 |
| De D1 beroofd |
We bunkeren nog even wat diesel en gaan daarna de stad in. Eerste de D1 beroven van wat essentials: deze Colombiaanse variant op de Lidl heeft in bulk en betaalbaar zaken als pesto, salsa's, nacho's, noten. Hamsteren dus na het relatief dure Panama. Daarna gaat de Sinterklaar-mijter op: Anneke en Robert gaan nog voor iedereen een extra cadeautje halen en de meiden gaan zelf wat door de stad slenteren. Winkels in overvloed, muziek, badgasten, surfwinkels, eettentjes, San Andres heeft een een fijne vibe.
 |
| Nene's marina op San Andres |
Aan het einde van de dag terug op de boot maken we ons klaar om Sinterklaas te vieren maar niet nadat we onze uitreis Zarpe hebben opgehaald bij de agent én we wat zelfgebakken pepernoten op de Deinde hebben afgegeven. Uiteindelijk betalen we op aangeven van de agent geen immigratiefee, bijzonder, maar mooi meegenomen natuurlijk.
 |
| Sinterklaas heeft ons gevonden ! |
Sinterklaas, ook al is in het in de tropen, kan niet gevierd worden zonder warme chocolademelk, slagroom en pepernoten: in alles is voorzien. Met mooie gedichten en leuke cadeaus hebben we een gezellige avond met elkaar. Buiten regent het hard, dat maakt het wel een beetje Nederlands.
 |
| De voorgenomen route |
Na een goede nacht gaan we anker op om de tocht naar Guatemala te maken. De totale afstand is 850 mijl, een behoorlijke haal mét nog een paar 'bijzondere verrichtingen' erin. Voor de kust van Nicaragua en Honduras komt veel piraterij voor. Er liggen hier ver uit de kust een aantal ondieptes en banken waarop gevist wordt. Helaas vissen de vissers ook wel eens op jachten, in hun ogen varende schatkisten vol geld en kostbare apparatuur. Het beroerde is dat je eenmaal in de visgronden niet weet of een boot in de buurt goede bedoelingen heeft of niet. We plotten alle plekken met incidenten op de kaart en kiezen een route hier omheen waardoor we ongeveer 200 mijl uit de kust blijven.
 |
| We komen dichter bij Jamaica en de Caymans dan bij Nicaragua |
Een forse omweg en daarom is het hebben van een goed weerwindow (met zuidoosten wind) cruciaal. Dit stuk tegen een noordooster in moeten opkruisen is niet leuk en zeer slecht voor het moreel. De verleiding om dan toch dicht bij de kust langs te gaan is dan groot. We hebben hier allemaal geen last van hoewel de eerste 75 mijl vanaf San Andres er nog niets te merken is van de voorspelde zuidoosten wind. Wel hebben we nog een knoop stroom tegen, even doorbijten dus en lang leve de Volvo Penta motor.
 |
| Ligt dit nu lekker Teiger ? |
Eenmaal voorbij Providencia kunnen we (eindelijk !) zeilen. We gaan de nacht in met een 4x3 uurs schema. Anneke tot 23.00 uur, Ties tot 02.00, dan Robert tot 05.00 en tenslotte Meike en Amarins tot 08.00. Heerlijk hoor, kinderen die ook kunnen varen. Negen uur kunnen slapen hoewel Robert wel standbye is voor als er bijzonderheden zijn zoals koopvaardij op aanvaringkoers of squals (heftige regenbuien met veel wind)
 |
| Ons uitzicht voor de komende week |
Tot aan de Serranilla bank is het doorbijten: hierna kunnen we de hoek om en zeilen we met wind en stroom mee op een 'gentleman course'. Op deze bank is een kleine Colombiaanse legerbasis, pal tegen de Hondurese en Nicaraguaanse wateren aan. Een soort drielandenpunt. De Deinde (met wie we samen opvaren) besluit al eerder bakboord uit te gaan door het Thunder Knol channel. Zij hebben niet genoeg hoogte gehouden in het eerste stuk, hebben nu dwarstroom en kunnen niet meer Serranilla bezeilen. Prompt komen ze een heel aantal visserijsschepen tegen met onduidelijke bedoelingen. Met wat koersverleggen ontwijken ze de meeste . Dit is precies wat wij wilden voorkomen. De stress van het niet bekend zijn met de intenties van de boten om je heen. Kwetsbaar als je bent met je gezin op een zeiljacht midden op zee.
 |
| Ties zijn applewatch gaat overboord: batterij is ontploft |
Wij zijn uiteindelijk één licht op grote afstand en verder helemaal niets. Heerlijk. En als we Serranilla zijn gerond zit het zware werk erop. Voordeel van een wat bezeilder koers is dat er ook weer wat verfijnder gekookt kan worden aan boord. Komen we aan de wind niet verder dan pasta met groenten en vlees of rijst met kip en groenten, eenmaal wat rechterop kunnen we los. Het piece de la resistance is een pizza met gehakt en bacon: wat een feestmaal.
 |
| Lekker downwind eenmaal de hoek om |
We besluiten om toch een tussenstop te maken op de Honduras Bay Island. We komen er zo goed als langs, en we hebben door het vele motoren aardig wat olie verbruikt en hebben nog maar 1 liter over. Omdat de laatste 150 mijl maar Guatemala volledig blak lijkt te gaan zijn en gestoomd moet worden is het hebben van wat extra olie wel fijn. Een fijn excuus om even vast te maken in Honduras.
 |
| Pizza ! |
Het vissen wil niet zo lekker. We slepen lijnen en hebben één aanbeet en daar blijft het bij. Geen tonijn of mahi helaas. Dat moet toch een keer beter worden: de laatste vis die we vingen was bij Aruba, inmiddels maanden geleden.
 |
| Ballie doet ook een nachtwacht mee |
De mijltjes tikken rustig weg en dankzij een klein beetje stroom in de rug komen we ondanks de lichte wind prima vooruit. 's Nachts is het opletten met squals. Het weer is wat onbestendig en als na zonsondergang de bovenluchten afkoelen gaat de buienmotor aan. Goed opletten voor de nachtwacht. Radar is hierbij een fijn instrument: regenbuien zijn goed zichtbaar op radar. Hoe scherper de echo, hoe meer neerslag, hoe meer wind er in de bui zit.
 |
| Zo ziet een dikke regenbui eruit op de radar |
We komen op vrijdag, na zes dagen zeilen, aan op Guanaja. Dit is het meest oostelijke van de Bay Islands. Het was geen record tijd maar wat geeft het: we hebben geen piraten gezien, niet hoeven opkruisen en heerlijk kunnen eten, drinken en slapen tijdens de toch. Dan maar een dagje langer onderweg. We ankeren bij Bonacca, een klein eilandje bij Guanaja waar we kunnen inklaren. Dit inklaren kost verrassend veel tijd. Niet omdat het ingewikkeld is. Wel omdat de immigration-officer Dennison ook als een soort lokale zelfverklaarde VVV functioneert. Bij ongeveer elke letter die hij typed voor het inklaren heeft hij wel een verhaal over een bezienswaardigheid, restaurant of andere bijzonder plek. Ontzettend vriendelijk, gastvrij en nuttig, maar hierdoor duurt het inklaren ongeveer twee uur. De arme Deinde wordt zelfs zo sufgepraat dat ze bij vertrek hun registratie vergeten en deze later weer moeten ophalen (vanuit de ankerplaats 4 mijl verderop).
 |
| Bonacca |
Wij varen na het inklaren naar Jone's Cay, aan de oostkant van het eiland. We weten net voordat er een enorme squal losbarst het anker in de grond te krijgen. Nu weten we meteen dat het goed houdt: in 25-30 knopen vlagen liggen we meteen goed vast. Een boerennacht volgt.
 |
| Bij Grahams' place |
De volgende morgen doen we lekker rustig aan. Een beetje zwemmen, brunch, van het uitzicht op de groene heuvels en mooie Cays genieten. Een 'oversteekje' van 6 dagen kost toch altijd wel energie, zeker door een in principe onveilig gebied en met een groot deel in de wind op. Maar we zijn nu toch mooi in Honduras.
 |
| De sundowner |
Wel een wat bijzonder stukje Honduras. De Bay Islands zijn niet te vergelijken met het vasteland. Deze eilanden hebben lang onder Brits bestuur gestaan dus er wordt veel Engels gesproken. Ook is het toerisme hier meer ontwikkeld en zijn de eilanden relatief welvarend en veilig (zeker vergeleken met het vasteland waar 40% van de bevolking onder de armoedegrens leeft. Guanaja is het minst ontwikkelde eiland van de drie, we vinden het heerlijk rustig.
 |
| De Cay waar we weer door het rif naar open zee kunnen |
We brengen nog een bezoekje aan Grahams place op één van de Cays voor een sundowner. Er is hier een klein resort met bar en restaurant. De geul ernaartoe is verlicht als de Slenk bij Terschelling. Feels like home. De ontvangst is erg vriendelijk, het bier en de cocktails goedkoop. Opvallend zijn de vrolijke kleuren van de huizen en het 'straatmeubilair'. Alle fleurigheid doet wat denken aan Curacao,
 |
| Tostis ! |
Na weer een goede nacht varen we door naar Roatan, het grootste en meest toeristische eiland van de drie. Zowaar, en tegen de voorspellingen in, hebben we een heerlijke wind en we zeilen met een snelheid van 8 a 9 knopen in no-time naar Roatan. We komen zeker met licht aan wat een must is omdat de route naar de ankerplaats tussen een aantal riffen door loopt. Alleen met daglicht kun je aan de kleur van het water zien waar je wel en niet kunt varen. Hoewel de Navionics kaarten hier wel accuraat zouden zijn wil je liever met eigen ogen zien waar je door- en overheen vaart.
 |
| Blij ei, heerlijk zeilen |
We besluiten een poging te wagen in de marina van Roatan Yacht Club af te meren maar de reacties op onze app-berichten zijn niet accuraat. De afdeling reservering is er niet vandaag (zondag) dus we meren maar af op een lege plek en lopen naar kantoor. Er is verder geen levende ziel in de haven, de douches en toiletten zijn stuk en het zwembad is leeg. Volgens kantoor zou het kunnen zijn dat de ligplaatseigenaar weer terug komt hoewel het bijna donker is. We vertellen dat we wel blijven liggen en verplaatsen wanneer er toch iemand aan komt maar na een uurtje komt de dame van kantoor naar de steiger om te vertellen dat we toch weg moeten. Na nog even water getanked te hebben, ankeren we vlak voor de steiger omdat we niet in het donker meer naar buiten willen. Een bijzondere gang van zaken en weinig gastvrij.
 |
| Door de regen stroom er veel slib in zee |
We gaan 's avonds nog uit eten bij Lotos Grill. De wandeling erheen is al een ervaring. Veel mensen en verkeer op straat, veel aanspraak, ook veel rommel in een verder prachtige natuur: het ademt een soort vriendelijke rauwheid, op een prettige manier. Het eten bij Lotos is simpel en goedkoop maar fantastisch lekker. 's Ochtends vroeg verplaatsen we ons naar French Cay. De plek 's in de marina is nog net zo leeg als toen wij aankwamen. We krijgen nog een appje dat er tot Februari geen plek is en of wel USD 20 willen betalen als we het dinghy dock willen gebruiken. Alles met een vriendelijke lach, dat wel.
We gaan onderweg om uit te klaren om dinsdag de tocht naar Guatemala voort te zetten. We moeten dit doen in Coaxen Hole, het stadje 12 kilometer verderop. We zijn van plan om een collectivo te nemen maar onderweg naar de hoofdweg krijgen we een lift van een van de cruise-shuttle-bussen die net gasten heeft afgezet bij één van de resorts hier. Supervriendelijk. De chauffeur stopt nog even bij een ATM die USD afgeeft, zet ons af bij immigration, en geeft nog instructies mee hoe naar de Port Captain te komen. Uitklaren gaat verder eenvoudig al kost het met elkaar toch ruim een halve dag. Bij de Port Captain zorgt een computer storing voor een paar uur vertraging.
 |
| 2 van de 5 giga cruiseschepen vandaag op Roatan |
Waren we van plan om nog een keer naar Loto's te gaan, overvloedige regen gooit roet in het eten. We blijven aan boord en koken zelf wat om in de ochtend anker-op te gaan voor de laatste 150 mijl naar Guatemala. Bij het opstaan zit de wind in het zuidwesten (....tegen) en is het donker, grijs en nat. Onze hoop is dat eenmaal onder het eiland uit het weer en de windrichting beter worden. Qua wind klopt dit, qua nattigheid niet en we worden getracteerd op een dag met regelmatig regen. 's avonds krijgen we de dikste squal tot nu toe over ons heen. Of eigenlijk is het meer een compleet front. Urenlang stortregens, harde wind met shifts van 90 graden heen en terug. Eén van de blokken van de bulletalies wordt in stukken getrokken in een onbedoelde gijp in een plotseling shift waarop we het grootzeil strijken: zonder bulletalie is het niet veilig met grootzeil te zeilen in dit soort omstandigheden.
 |
| Ontploft bulletalie blok |
Bij zonsopkomst is het weer wat gekalmeerd en hebben we zicht op drie landen: aan bakboord Honduras, recht vooruit Guatemala en aan stuurboord Belize. Het is nog een kleine 25 mijl naar de ingang van de Rio Dulce en we kunnen zowaar een stukje zeilen. We zitten inmiddels ook in ondiep water dus de zee is rustig. We geven Raul, onze agent in Livingston, een verwachte aankomst tijd zodat hij zijn broer kan inschakelen met de sleepboot. Sleepboot ?
 |
| De aanbevolen route met virtuele tonnen |
De ingang van de Rio Dulce is erg ondiep. Er ligt zoals normaal bij riviermondingen een drempel voor van zand en slik en als je meer diepgang hebt dan 1,5 meter is de kans groot dat je blijft steken. Voor 60 dollar per boot trekken ze je aan je mast scheef zodat je over de drempel heen komt naar dieper water. Zo geschiedde: rond drie uur zijn we bij de drempel en we lopen rustig vast in het slik. In no-time hebben we een verbinding met de sleper en worden met we met het gangboord op het water getrokken. Zo leggen we een honderd meter af totdat onze motor uitvalt. We liggen zo scheef dat onze motor geen diesel krijgt en stopt.
 |
| Scheef, schever, scheefst |
Voor geen gat te vangen wordt er een tweede sleper opgehaald en binnen 15 minuten zijn we weer onderweg. We hebben ondertussen onze eigen motor ook weer weten te starten (lang leve de zelfontluchting) zodat we eenmaal over de drempel onszelf weer kunnen redden. We zien als minste diepte 1m20 (we steken 1m85) maar eenmaal voor Livingston loopt de diepte op, worden we losgegooid en ankeren we in 2,5 mete diep water. We zijn binnen.
 |
| Livingston |
Het ruikt hier een beetje naar Friesland: zoet water, een beetje organisch. Heel herkenbaar. Het heet ook niet voor niets de Rio Dulce. |Na een half uurtje komt er een lancha langszij met Raul en alle offcials om in te klaren. Ze blijven in hun boot, nemen paspoorten en bootpapieren aan en weg zijn ze weer. Over 40 minuten kunnen we alles weer ophalen en zijn we officieel 'binnen'. Omdat we toch niet meer voor donker de rivier op kunnen besluiten we hier de nacht door te brengen en ook pas in ochtend onze papieren op te halen. Robert slaapt in de kuip: petty theft is hier heel gebruikelijk dus een beetje preventie kan geen kwaad.
 |
| Een mooie start van de dag |
Na een kalme nacht en prachtige zonsopkomst gaan Robert en Anneke naar de wal om onze papieren op te halen. De eerste kennismaking met Guatemala is aangenaam. Veel leven op straat, overal activeit, eten, kinderen, winkels, vriendelijke gezichten. Een openbare wasplaats, pick-up taxis vol met mensen onderweg naar school en werk. We zijn duidelijk weer op een 'nieuwe' plek. We trakteren ons op een heerlijk traditioneel ontbijt, een goede start van de dag.
 |
| Ontbijtje |
Met alle papieren en vers gestempelde paspoorten gaan we anker-op om verder de rivier op te varen naar Frontera, waar we in jachthaven Nananjuana een plek hebben gereserveerd. Hier hebben ze én jachtservice en reparatiemogelijkheden én heerlijk zwembaden en een mooie parkachtige omgeving. Win-win. En we gaan natuurlijk vanuit hier meer van het land zien.
 |
| De ingang van de Rio Dulce |
De tocht over de Rio Dulce is prachtig. We varen door een smalle kloof met kliffen en steile en beboste hellingen vol met leven. We zijn niet de enige: Livingstone is alleen bereikbaar over water en door de lucht dus er varen ook lanchas af en aan. Later wordt het landschap vlakker en steken we Lago Golfete over om uiteindelijk in Frontera uit te komen.
 |
| Op de rio |
Bij de haven aangekomen proberen we contact te leggen om onze ligplaats aangewezen te krijgen maar dit lukt niet. Dat klopt dus aan de (verder positieve) reviews: ze reageren niet adequaat op telefoon en apps. We gaan voor anker en met de dingy de haven in, zoeken de havenmeester, en alles komt voor elkaar. We krijgen een mooie plek aan een langsteiger die, heel fijn, het grootste deel van de dag in de schaduw ligt. Nauwelijks aangemeerd staan de katten op de wal en liggen de kinderen in het zwembad.
 |
| Op de rio |
Het organiseren van de walstroom is nog even een dingetje. We hebben niet een passende stekker maar ze zijn hier niet voor één gat te vangen. Onze kabel wordt in de schakelkast rechtstreeks op de automaat aangesloten. Dat doen ze hier kennelijk vaker want het is in een paar minuten gefixed. Meneer Arbo knijpt even een oogje dicht maar wij zijn geholpen.
 |
| Even de walstroom fixen |
Op vrijdagmorgen melden we ons verder bij de havenmeester, betalen voor een maand en maken een afspraak met de service-afdeling om te kijken naar welk deel van het reparatiewerk zij kunnen doen en tegen welke prijs. In de middag gaan we met de dinghy naar Frontera. Een overweldigende ervaring: Frontera is een soort lintdorp maar dan niet idyllisch Fries maar met een continue stroom brullende vrachtwagens, tuktuks, autos. Honderden winkeltjes en bedrijfjes in de berm en ongeveer 1 meter ruimte tussen weg en berm om te lopen met velen tegelijk. Oversteken kan alleen veilig bij de verkeersregelaars die om de paar honderd meter staan opgesteld. We vinden de grote supermarkt, de watersportwinkels, het busstation en we brengen 's avonds een bezoek een één van de bij zeilers populaire restaurants hier: Hoppy House Taverna. Heerlijk eten, speciaalbier en met voor- hoofd- en na- voor 80 euro klaar voor vijf man. Hier gaan we nog vaker komen.
 |
| Heerlijk eten bij Hoppy House |