Saturday, March 28, 2026

You gotta Belize it !

Coulson Cays is niet helemaal wat we er van gehoopt hadden dus we bestuderen de kaarten wat er nog op onze weg naar Belize City ligt. Froukje vliegt woensdag vanuit Belize City terug naar Nederland en er wordt een stevige noordoosten wind verwacht dus idealiter zijn we al dichtbij de stad op dinsdag.
Prachtige strandvondsten

Op ongeveer 7 mijl van de stad ligt Robinson Island. Dit eiland biedt goede beschutting tegen de noordooster. Bij vertrek is de wind nog Oost dus we kunnen de 20 mijl vanuit Coulson heerlijk zeilen én vissen. We vangen helaas niets deze keer maar het tochtje is weer prachtig: azuurblauw vlak water en een lopend windje. Het is heerlijk zeilen in Belize dankzij de beschutting van het beroemde barrier reef voor de kust. 

'Hoofdpijnman'
Een halve mijl onderweg komt ons nog een kleine lancha achterop varen. Een man alleen komt vanuit Coulson vragen of we 'aspirin' voor hem hebben. Hij geeft aan hoofdpijn te hebben. Met een stripje paracetamol en een gebruiksadvies gaat hij weer dankbaar terug naar de eilanden. Hopelijk heeft het hem geholpen.
Niet op gaan staan !
Bij de tweede poging ligt ons anker goed in het zand bij Robinson Island en na een duik en een broodje gaan we met de dinghy naar de wal. We treffen er Angel en John, neven van de eigenaar van het eiland. We maken even kennis en mogen van hen ook op het eiland. Op dit eiland was vroeger een werf gevestigd en de kustlijn én het eiland ligt bezaaid met metalen scheepsonderdelen. Niet op een storende manier: het ligt er al zo lang dat de weelderige natuur weer de baas is.  We hebben een goede stop uitgekozen 
Het wrak, erachter onze boot
Aan het begin van de helling ligt een groot scheepswrak wat deels nog boven water uit steekt. We pakken de snorkels en duikbrillen en gaan op onderzoek uit. Het is er prachtig: overal waar je kijkt vissen in alle soorten en maten, inclusief een barracuda. Ook het koraal groeit weelderig op het wrak.
De noordkant van het eiland
Na het snorkelen maken we nog even een praatje met de mannen. Het eiland is in de familie gekomen toen de grootvader van de eigenaar het cadeau kreeg van de toenmalige Engelse koningin voor zijn verdiensten in de twee wereldoorlogen. 
De oude scheepshelling
Tot een paar jaar terug stond er nog een mooi familiehuis op het eiland tot dit door een hurricane werd verwoest, of 'gestolen door piraten' zoals de mannen vertellen. Ze zijn nu bezig opnieuw een woning te bouwen. We vragen of ze nog iets nodig hebben maar hun oom komt morgen terug uit Belize City met nieuwe voorraden. Alleen het ijs is op, maar dat hebben we nu net niet voor ze. 

In het wrak
De dag is zomaar voorbij (zoals altijd) en na een goede nachtrust en ontbijt gaan we nog even terug naar het eiland om te snorkelen. We treffen nu ook de oom/eigenaar. Hij vertelt over zijn plannen om het eiland toegankelijk te maken voor gasten. Wel low-impact: een soort glamping eiland moet het worden. Dit zou moeten kunnen slagen, zo'n mooie plek, met een mooi snorkelwrak en niet ver van het vliegveld in Belize City.  
Snif, tot in Nederland
In de loop van de middag varen we het laatste stukje naar Belize City. Morgen vliegt Froukje, met een paar omwegen, terug naar Nederland en we willen op tijd vervoer naar de luchthaven geregeld hebben. We ankeren bij Cucumber Beach Marina waar we bij Colette (de havenmeesterin) een taxi regelen voor de volgende dag. We kunnen met de grote boot de haven niet in omdag de ingang verzand is. En dan is het woensdag zomaar zover: Froukje moet op de taxi. De weken zijn voorbij gevlogen en waren prachtig. Maar thuis wachten de (klein-)kinderen die hun Omi ook wel weer eens willen zien. Via de whatsapp houden we contact over het verloop van de reis en na wat vertraging in de US en het daardoor missen van de aansluiting in London is Froukje donderdag weer veilig thuis.

Wind en regen op komst, een Northerly
Met pas overmorgen een goed moment om verder naar het Noorden van Belize te varen huren we een auto om wat van het binnenland van Belize te kunnen zien. Vlak voordat we de auto willen gaan ophalen merken we dat we in de (harde wind) langzaam krabben. Niet veel, meer met elke gier komt er op de plotter een streepje in de track bij. Zo kunnen we niet weg, en gezien de windvoorspelling voor morgen wordt het morgen ook niet beter. We gaan opnieuw voor anker maar nu een mijl of 2 verder naar het Noordoosten en wat dichter onder de wal.  De autoverhuurder is begripvol als we hem appen dat we niet van boord kunnen en de auto willen annuleren 'Safety first' reageert hij. De volgende morgen zeilen we terug naar Robinson Island om de harde wind verder af te wachten. Hier treffen we ook weer superjacht 'Santosha', te huur vanaf 400.000 USD per week. Daar lig je dan, als zelfkant van de nautische samenleving.
Voor dag en dauw
De volgende morgen gaan we met het eerste daglicht onderweg naar Caye Caulker. De binnendoorroute is voor ons te ondiep: we zouden blijven steken bij Port of Stuck (hoe toepasselijk) dus we moeten buitenom. Dit is ongeveer 40 mijl varen en we willen aan het begin van de middag bij de rifdoorgang zijn zodat we goed zonlicht hebben bij de passage. Eerst varen we door de English Channel naar zee. Dit is de grote schepen doorgang van en naar Belize City. Hier komen we Mein Schiff tegen die via de VHF contact zoekt over de te varen tegenkoers. Het English channel kent een paar scherpe bochten en is voor zo'n groot cruiseschip niet heel breed. Na een paar uur zijn we erdoor en op open zee en varen we noordwaarts naar 'Long Cay Passage'. Dit is een doorgang terug naar binnen door het barrierrif die wij kunnen nemen om met voldoende diep water bij Caulker te komen. Halverwege komen we een springende Marlijn tegen. Belize blijft ons verrassen.
Weer binnen het rif in ondiep, vlak, water
De doorgang door het rif is goed te zien en zonder problemen zijn we weer binnen het Barrier Reef. Met een scherpe blik op de dieptemeter zoeken we verder onze weg binnendoor naar Caye Caulker. Minste diepte die we zien is 210 centimeter rond laag water. (we steken 180cm). Dit is een gigantisch zeilparadijs: 2 tot 4 meter diep glashelder water, vlak water achter het rif maar wel wind, en overal mooie eilanden en riffen. Wat een paradijs. Net voor snackytime (uiteraard) gaat het anker in de grond in Cay Caulker. We vinden een plekje van iets meer dan 2 meter diep met zand en het anker verdwijnt geheel in het fijne zand. Hier liggen we wel even goed.
Caye Caulker is een van de beroemdste eilanden in Belize (samen met San Pedro) . Het heeft een heel relaxte sfeer en het ligt heel dicht bij het rif waar het ongevenaard duiken en snorkelen is. Zoals alle eilanden in de Carieb is het wel wat rommelig hier en daar maar het stoort niet. 
Rommeltje
De katten vertonen in het gedrag dat ze mogelijk last hebben van parasieten. Bijna 3 maanden à la carte buiten de deur eten in Guatemala gaat je als kat niet in de koude kleren zitten dus raar zou het niet zijn. Helaas zijn onze ontwormingspillen op. Anneke zoekt contact met de 'Human Society', een dierenartskliniek op het eiland. Ze krijgt zowaar een antwoord in het Nederlands van Monique die al 15 jaar hier op het eiland woont en voor de kliniek werkt. Ze hebben de pillen en we kunnen ze komen halen. 
De dierenkliniek

Bij het afhalen vragen we of het ook mogelijk is de katten een health-check te geven én een nieuwe gezondheidsverklaring. Ook dit kan en we maken een afspraak voor later in de week. Alle hulp is op vrijwillige basis, je mag doneren wat je wil en kunt missen. Op deze manier kunnen ze breed goede dierenzorg leveren op het eiland (en op meer plekken in Belize waar de Human Society is gevestigd)
Iets wat je niet mag missen op het eiland is de 'fryjack', het traditionele ontbijt. Hoewel ontbijt: op één fryjack kun je een hele dag zware arbeid verrichten. Het is gefrituurd brood, gevuld met naar keuze kip, beef, bonen, ei, of alles samen.  Het smaakt heerlijk.
Fryjack eten
Bij 'the split' (de doorgang tussen de twee aparte eilanden die samen Cay Caulker vormen) zoeken we Henry op van Kite-Belize. Hij kan voor ons een kite-trip regelen naar een zandbank bij Long Cay, en een surftrip op een geheime plek op het barrierrif: telefoons, i-watches, of wat dan ook met gps en bereik mogen niet mee. We spreken met hem af dat hij contact opneemt als de condities goed zijn om te surfen of te kiten.
Mooie zonsondergang # zoveel
Condities die we zelf in de gaten houden zijn de windvoorspellingen voor de iets langere termijn om naar het Oosten te kunnen varen. De klok tikt en het is nog 1000 mijl zeilen tegen de heersende winden in naar de Dominicaanse Republiek vanwaar we de oversteek willen starten. We kunnen eerst noordwaarts naar Mexico en dan onder Cuba door met een noordoosten wind, of juist naar het zuiden en dan met een zuidoosten wind oversteken. Voorlopig kan beide niet: oostenwind-ohne-ende in de modellen. We zijn door de vertraging in Guatemala wat laat en hoe later in het seizoen hoe meer er oost tot zuidoost in de heersende winden komt (ten koste van de noordooster). Geduld. 
Parrotfish, onder de steiger
Op een avond gaan we een drankje doen bij de Iguana Bar. De kinderen gaan verder de stad in waar meer jongerenvertier is. Anneke en Robert vergapen zich aan het waterleven bij Iguana. De slimmeriken hebben lampen onder de steiger waardoor je alles kunt zien wat er zwemt en leeft. Tarpons, Roggen, Papegaaivissen en we zien zelfs een verpleegsterhaai. De dieren worden hier ook één keer per dag gevoerd, dat helpt vast.
De verpleegsterhaai zuigt de prooi uit de emmer
Bij Iguana is ook een plek waar zeepaardjes te vinden zijn. Hier gaan we de volgende dag bij daglicht kijken. We weten er één te spotten en maken een foto voor de Sailhorse appgroep. In Nederland gaan de sailhorses ook weer te water en hier dus ook.
Een zeepaardje in het wild

We verkennen verder Caye Caulker wat. Welke supermarkten moet je zijn, wat zijn de leuke restaurants en barretjes.Het is (lijkt) er niet druk zoals ons op eerder plekken ook al opviel.
De ankerplaats, blauw, blauwer, blauwst

Alle straten zijn onverhard

Kreeftenfuiken, het seizoen is voorbij
Wat wel een minpuntje is op de ankerplaats is het lawaai van de generators op de wal. We liggen ongeveer een kilometer uit de wal en toch is het geluid dominant aanwezig. Caye Caulker heeft nog geen electriciteitskabel naar de wal en moet zich bedruipen met zijn eigen 'powerplant'. Door de snelle groei van het eiland moest er extra capaciteit komen in de vorm van mobiele generator-trailers en deze staan bijna de hele dag te stampen en te dreunen. Als je de dinghy bij het tankstation aanlegt loop je er langs: een surrealistische beleving op dit verder prachtige eiland in een prachtige natuur. In 2026 (eigenlijk al eind 2025) zou de walaansluiting gereed moeten zijn en worden de generatoren verplaatst naar het noordeiland om als noodvoorziening te kunnen dienen.

De powerplant
Een andere verrassing is dat we echte kaas vinden in de supermarkt. Een bol Edammer van 1,4 kilo voor 30 USD. Die is voor ons en we verlekkeren ons aan echte kaas. Na al die mozzarella en cheddar een heerlijke afwisseling. Door het warme weer (denken we?) is de kaas nog wat extra gerijpt en houdt deze het midden tussen belegen en oude kaas, heerlijk !
Say cheese  ! 
Op dinsdag 24 maart maken we een snorkelexcursie. We gaan op drie plekken te water: South Channel, Coral Gardens en Shark Ray alley. We hebben er prachtig weer bij: zon en niet te veel wind dus kristalhelder water. Na het uitzoeken van flippers, brillen en snorkels gaan we met gids Eduardo op pad.
Zicht op het barrierrif
De eerste stop is South Channel. Dit is een doorgang in het barrierrif en een beroemde snorkelplek. We kijken onze ogen uit op het prachtige koraal en de ontelbaar veel prachtige tropische vissen, een rog en een zeeschildpad. Ook zien we er metalen rekken die gebruikt worden om koraal op te kweken. We moeten behoedzaam snorkelen want er staat wat stroming en op plekken komt het koraal bijna tot aan het wateroppervlak.

Verpleegsterhaai
De tweede stop is Coral Gardens. Dit is een plek direct achter het barrierrif. We hebben ze niet kunnen tellen maar denken wel 100 soorten vissen gezien te hebben.
Rog
De derde stop is Shark Ray alley. Waarom het zo heet ? Dat liet weinig te raden over. Er zwemmen zoveel (verpleegsters-)haaien en roggen dat je bijna niet uit de boot durft te springen bang om er bovenop eentje te gaan staan.
Shark Ray Alley
Er wordt hier wel een beetje vals gespeeld. Vroeger kwamen vissers hier van zee terug achter het rif om in kalmer water hun vangst schoon te maken. Er gingen dus veel visresten overboord waardoor de plek al snel werd overspoeld met haaien, roggen en andere aaseters. Nu worden de dieren regelmatig gevoerd ten gunste van het toerisme. Het maakt het niet minder indrukwekkend: zwemmen tussen haaien en roggen. Gelukkig zijn het verpleegstershaaien: deze zuigen hun prooi uit hun schuilplaats in plaats van dat ze deze bejagen en met scherpe tanden verscheuren. Ze zijn niet gevaarlijk voor mensen en je kunt (deze dan) zelfs aaien.

Nog maar eentje
Belize is helemaal goedgekeurd: de mensen, de sfeer, het weer, het water maar vooral de wereld onder water: het land is één groot openlucht tropisch zeeaquarium. Wat een pracht en wat moeten we hier als mensen zuinig op zijn. We gaan 's avonds een drankje doen bij Monique op de steiger. Ze heeft een aantal vakantieverblijven aan het water met ervoor een grote t-steiger om op te zitten en heeft ons uitgenodigd op bezoek te komen. We hebben een gezellige avond en krijgen (ja, alweer) een prachtige zonsondergang cadeau.
De Mennonieten gaan terug naar de vaste wal
Er is in Belize nog iets bijzonders: er leven ongeveer 13.000 Mennonieten, en dan vooral in het noorden van Belize waar wij nu zijn. Ze zijn eind jaren 50 naar Belize gemigreerd op zoek naar land en ruimte voor hun boerderijen. De regering van Belize moedigde dit aan om de agrarische ontwikkeling van het land te stimuleren. Elke dinsdag komt een groep naar Cay Caulker om hun waar (vooral groenten, fruit en vlees) te verkopen. Het schijnt dat ze ook andere, minder openbaar te verhandelen, 'kruiden' verbouwen en verkopen maar daar zien we zelf niets van. Het is intrigerend om zulke 'Europese' mensen hier te zien met hun tuinbroeken en strohoeden. Het is ook leuk om hun taal (Platdiets) te horen: het is erg herkenbaar want verwant aan Nederlands en Duits.
Maak ff ruimte ja !
Op woensdag is het dan weer 'kat-in-het-bakkie'-dag. We hebben de afspraak bij de dierenarts. Teiger en Ballie gaan gedwee in één reismand in de dingy, op een golfcart-taxi, en bij de dierenarts op de tafel. Beiden zijn gelukkig gezond en we krijgen vlak voor vertrek een nieuwe gezondsverklaring zodat we met verse papieren in kunnen klaren op de volgende bestemming. 
Teiger is goedgekeurd
De echgenoot van Monique, Maurice runt een restaurant op het eiland: 'Wish Willy. Het is bij hun huis en heerlijk laagdrempelig, maar wel goed. lange houten picknicktafels in de tuin, zelf je drankjes halen, en heerlijk eten van de barbeque. We gaan er 's avonds een hapje eten en worden in het gebroken Nederlands begroet door Maurice (die zelf uit Belize komt en wat Nederlandse woorden van Monique heeft geleerd). We zijn ongeveer 10 minuten de enige gasten en niet lang daarna stroom het helemaal vol. Een populaire plek, maar dat hadden we al gelezen.
Bij Wish Willy
Zo rijgen de dagen zich aaneen (in positieve zin). We genieten van de omgeving en het weer en houden in de tussentijd de weermodellen heel scherp in de gaten. Als 'worst case scenario' houden we als optie om naar Isla Mujeres (Mexico) te zeilen en daar te wachten op een 4 à 5 dagen noordoosten wind. Hopelijk hoeft dit niet. Mujeres is superleuk (we waren daar al eens in 2021) maar tegenwoordig ook erg duur: je moet verplicht in een marina en inchecken kan alleen nog maar met agent. Alleen het inklaren schudt al USD 600 uit je zakken (slik!) dus dat doe je liever niet als je maar een weekje  blijft. Maar het is een optie. 
 
Gewoon mooi
Zoals het nu lijkt kunnen we donderdag 2 april onderweg en zouden we dan met een slag onder Cuba door tot in Jamaica kunnen komen. Ook al veranderen de modellen dagelijks, we houden ons maar even aan dit idee vast. Ook omdat Floor (uit El Paredon) en een vriendin naar Cay Caulker komen op dinsdag en woensdag.
Een Hershey shake, lekker !


Monday, March 16, 2026

Vaarwel Guatemala, Belize here we come

Het leven in de Rio Dulce voelt wat dubbel. Aan de ene kant zijn we hier in een prachtig gebied met vriendelijke mensen, mooie natuur, heerlijk zwembaden en ander fijns. Aan de andere kant liggen we hier langer dan we eigenlijk wilden omdat het werk aan de boot niet zo vlot gaat als afgesproken.
Er wordt wel goed werk geleverd, maar het schiet niet zo op. Als al het polyesterwerk klaar is is 1 persoon aan het 'paintpreppen' en deze schiet in een week tijd eigenlijk niet op.
Niet vervelend
Robert zit bijna op dagelijkse basis Orlando (de planner/aannemer) achter de vodden om te checken wie er komen werken en wat het eindresultaat is per paar dagen. De tijd vliegt en los van dat we weg willen lopen ook op 14 maart ons cruising permit en onze visa af. Na crisisberaad met Orlando krijgen we de toezegging dat ze op zijn laatst 6 maart klaar zijn zodat wij nog tijd hebben om op een gunstig weermoment het land te verlaten.
Welkom !
Nog een veel leukere reden waarom we willen varen is omdat Froukje op bezoek komt. Zondag 22 februari is het zover. Na een lange reis met veel overstappen landt ze in Porto Barrios. Anneke en Robert nemen een taxi naar dit vliegveld om haar te verwelkomen. Het is een heerlijk weerzien, net als 9 jaar geleden in Guadeloupe.
Drop, stroopwafels, paaseitjes, aanvalluh !
De rit terug naar Rio Dulce gaat mooi vlot maar onderweg rijden we wel het minder weer in. Er komt een front over (een 'Northerly') met veel wind en regen en de temperatuur daalt in no-time van 33 naar 23 graden. Goed voor Froukje om te kunnen acclimatiseren, zij komt tenslotte uit een winters Nederland.
United
Op de boot gaat de grote tas uit Nederland open met ..... chocolade, drop en stroopwafels. Wat heerlijk. Na uitpakken en een beetje bijkomen gaan we met de dinghy naar de Sundog om met een etentje de goede aankomst te vieren.
Door het woud
Vanwege de vertraging met de boot gaan we naast heerlijk zwemmen, eten en van de prachtige vogels, ook wat lokale bezienswaardigheden bekijken. We beginnen met de wandeltocht door de Hacienda Tijax. We laten ons met een Tuktuk afzetten bij de Tijax en beginnen de tocht over hangbruggen, door jungle maar ook bos en weide, met uiteindelijk een klim naar een oude Spaanse uitkijktoren met mooi uitzicht over de Rio. 
Schitterende bloem


We tracteren ons op een heerlijke lunch in de Tijax lodge en laten ons daarna door personeel van de lodge overvaren naar Frontera. Tijdens de lunch zagen we de kinderen voorbij dinghyen naar de MegaPaca en zo kunnen we met zijn allen weer terug naar de boot.
Eén van de loopbruggen bij Tijax

De dag erna gaan we Frontera verkennen. Voor ons is dit bijna ons thuis inmiddels. Froukje gaat all-in en kijkt haar ogen uit. De eindeloze stroom brullende vrachtautos. De tientallen kramen en winkels op maar een meter afstand van de rand van de weg. En overal vriendelijke mensen in prachtige kleurrijke kleding.
Hout, de bron en het product

We lopen de hoofdstraat heen en weer van het monument onder de brug tot aan de grote supermarkt en het blijft ook voor ons een bijzonder schouwspel hoe deze micro-samenleving functioneert. 
Het beslag komt er weer op
Dood moet je, dood !

 We maken ook weer eens kennis met de mindere kant van het verblijf in warme en vochtige streken. We hebben opeens een grote kakkerlak in de kuip. Gelukkig hebben we in de hele boot horren voor de ramen gemaakt: vanaf zonsondergang worden de muggen hier heel actief en is bescherming nodig om niet opgevroten te worden.e In de boot hebben we een heleboel kakkerlakken-bestrijdingsdoosjes (mooi woord voor galgje?) neergezet en geen last maar de volwassen exemplaren komen af en toe aanvliegen. Met een gezonde dosis gif-uit-een-spuitbus hebben we dit exemplaar snel vermoord, hoewel deze nog weet weg te kruipen achter het reddingvlot. De volgende morgen vinden we hem (haar?) keurig op de rug.Tussen ons zwemmen, eten en wat van de omgeving zien vlot het werk aan de boot gestadig. En zowaar: stuurboord is nu gespoten en ook gepolijst en ze gaan beslag passen om de nieuwe gaten en verbindingen te boren. Robert is standbye om te zorgen dat ze geen fouten maken en om de juiste stukken beslag aan te wijzen voor elke plek op dek. Dat dit nodig is blijkt wanneer ze één gat te veel boren ter hoogte van de arch voor de zonnepanelen. Gelukkig blijft het hierbij maken ze dit eenvoudig dicht.
Proost !

Mjam
Nog meer mjam
Hmmm !
Beste cocktail !
Met de toezegging dat de werf op 6 maart klaar is krijgen we zelf ook een beetje de vertrekkriebels. Hoewel we zelf niet geloven dat ze deze datum halen (gezien wat er nog gebeuren moet en het werktempo) zou een paar dagen later ook al mooi zijn. We zijn dan nog op tijd het land uit en Froukje kan nog een stuk werkelijk varen.De vertrekkriebels uiten zich in het voorbereidingen om echt weg te kunnen: boodschappen doen, opruimen, weerberichten in de gaten houden, nog wat kleine technische klusjes. Goed om daar mee bezig te zijn. Los van het dagelijks zwemmen en regelmatig uit eten gaan aan de overkant natuurlijk. Wat dat betreft gaan we Guatemala wel missen. We hebben af en toe ons te lange verblijf verwenst omdat op reis zijn om varend de wereld te ontdekken en niet 2,5 maand vast te liggen op één plek. Maar het land heeft ook een beetje onze harten gestolen: de hartelijke mensen, de prachtige natuur, het weer. het lekkere eten. We gaan dit zeker missen.
Nog even bij de Sundog
Heen in de Collectivo
Mooie vogel
Gewoon, bij de winkels
Het laatste uitstapje wat we hier gaan maken is naar Fort de Sao Filipe. Een 17e eeuws Spaans fort vanuit waar de toegang naar het achterland van de Rio Dulce werd bewaakt. We gebruiken voor de gelegenheid zo'n beetje alle mogelijkheden voor transport. Héén eerst met de tuktuk van de haven naar Fronteras, dan met een collectivo (een lokale minibus) naar het fort, en tenslotte met een lancha (snelle watertaxi) terug naar de haven.De rit met de collectivo is een bijzondere. De dienstregeling is bij de collectivo's eenvoudig: we gaan rijden als de bus vol is. Niet alleen de ramen kunnen open, ook de vloer heeft voldoende ventilatie. Op veel plekken kijk je zo op het wegdek. Ergens onderweg krijgt een van de dames die uitstapt een dikke pets op de kont van de andere dame onder het uitkramen van (als we het goed verstonden) "aan de kant met die dikke r**t. En dat vriendelijk en met een grote lach. Zoals we al schreven, hartelijk en open. Gelukkig stappen wij zo'n beetje als laatste uit.
Het fort
Het fort is een leuke bezienswaardigheid. Compact, in goede staat, en wanneer de suppoost door heeft dat wij (of ieder geval Meike) Spaans spreken krijgen we een waterval aan informatie over ons heen. Leuk en informatief, maar op enig moment als hij even stil is bedanken we hem vriendelijk en gaat we weer verder.
En dan lijkt toch de dag aan te gaan breken dat de boot klaar is. Orlando denkt nog steeds dat ze vrijdag klaar zijn maar Robert helpt hem uit de droom en vraagt of hij de mannen op zaterdag heeft ingepland voor de hele dag tot het werk klaar is. Normaliter werken ze tot zaterdag 12.00 uur maar gezien wat er nog gebeuren moet gaat dat niet gehaald worden. En wij willen maandag vertrekken. 's avonds gaan we heerlijk uit eten bij de Hoppy House. Robert en Anneke staan zaterdagmorgen om 06.00 op om de zonnedoeken weg te halen en vast de arch op de plek te zetten: dat scheelt zaterdag weer tijd.
Terug in de lancha

Uiteindelijk is het zaterdag rond 15.00 uur zover: alle scepters en kikkers zijn gemonteerd, de hekstoelen zitten erop en de arch staat weer. We gaan zelf de afdekplaatjes, railingdraad en zonnepanelen op zondag monteren. Dat zullen we de mannen niet meer vragen: om zelf weg te kunnen en omdat ze al mooi werk geleverd hebben en het wel klaar vinden voor nu.
Hij is klaar ! 

We maken ons zondag buitengewoon nuttig met het afmonteren van de boot, groot boodschappen doen, en het weer op- en inruimen van de boot na de werkzaamheden. Na al het gedane werk gaan we voor de laatste keer uit eten bij de Sundog: een afscheidsdiner.

De uiterton bij de Rio Dulce 
Onderweg naar het afscheidsmaal
Nog even knutseldraadjes kopen
Prachtige natuur
We worden losggegooid
Tanken
Maandagmorgen is dan vertrekdag. Eindelijk. Met een boot die mooier en sterker en vooral droger is dan bij aankomst. En na een heerlijke tijd in Guatemala. Na het betalen van het liggeld worden we losgegooid. Of eigenlijk losgedoken: de voorlijnen moeten onder water van de moorings worden losgeknoopt. Waarom ze dit systeem zo hebben is ons onduidelijk. Iedereen keer dat een boot aankomt of vertrekt moet een medewerker van de haven in het water en duiken naar de bevestigingspunten van de lijnen.We nemen afscheid van Ronald en Liesbeth die naast ons lagen de laatste dagen en varen met een rustig gangetje richting het bunkerstation van Ram Marina.Bij RAM vullen we de dieseltanks en tanken we drinkwater. Hier krijgen we iets mee van de onrust in het midden-oosten: de dieselprijs is omhooggegaan van 29 quetzales naar 33 quetzales, per gallon wel te verstaan. Een forse stijging maar nog steeds maar 1 euro per liter.
De laatste mijltjes door de Rio

Na het tanken varen we nog even langs de Deinde om vaarwel te zeggen. Ook zij zijn al die tijd in de Rio Dulce gebleven. Eerst vanwege familiebezoek, toen om op een onderdeel te wachten, en nu is Shawn in Canada omdat zijn Oma dreigt te overlijden. Daarbij hadden ze al min of meer besloten na dit voorjaar hun reis te beeindigen zodat hun oudste zoon kan gaan studeren in Canada. Het plan is / was om met enige haast naar Florida te zeilen om daar de boot te proberen te verkopen. We hopen ze nog te treffen in Belize of verderop maar het is niet zeker of dit gaat lukken.We stomen rustig de Rio Dulce af richting Livingston, de kustplaats waar we moeten uitklaren. Het is heerlijk om weer te varen al kunnen we het nog niet zeilen: de heersende windrichting is hier tegen, nog versterkt door het relief van het land. Uiteindelijk komen we rond 16.00 uur in Livingston, mooi op tijd om in de middag nog te kunnen uitklaren.Het uitklaren gaat weer vlot dankzij de hulp van Raul, de agent. We hadden zaterdag al kopieen van onze paspoorten gestuurd en het voornemen om dinsdag het land uit te zeilen. We lopen bij hem het kantoor binnen, laten de paspoorten achter en als we 15 minuten later terugkomen is alles geregeld: de Zarpe, immigration. En dat voor ongeveer 60 USD fee, waarmee je jezelf aardig wat moeite en een tocht langs de officials bespaart. Daarvan krijgen we in Belize nog een forse portie, dus hier maken we het ons makkelijk. Na een redelijk rustige nacht achter anker gaan we dinsdagmorgen anker op om Belize te varen. Daarvoor moeten we eerst over de drempel van de rivier heen. Er staat nu wat meer water en we hebben recente routepunten waar diep water zou moeten zijn. Toch lopen we ver voor het ondiepste punt weer aan de grond in redelijk stevig zand (of dichte modder?). Ook nu hebben we dus weer de hulp van Hector nodig. Hector is de broer van Raul, dus die hebben samen een mooi handeltje. Eén boot trekt ons aan een val scheef, en één boot trekt ons met een gangetje van 5 knopen naar buiten. Als we even blijven steken trekken ze ons wat schever, en als er wat meer water is laten ze ons weer wat rechtop komen. We vergeten net als op de heenweg de afsluiter van de wasbak aan stuurboord, dus die natte cel krijgt weer een zoute douche van de overlopende wasbak. Foutje. In no-time zijn we weer buiten. Minste diepte die we zagen was 1m20. Later lezen we op Facebook dat juist deze week er weer betonning is gelegd maar dat ook daar schepen met 1m50 diepgang nog hulp nodig hebben om naar buiten te komen. Het lag dus niet aans ons, of ook de betonning ligt verkeerd.Eenmaal buiten zetten we koers op Punta Gorda. Dit is waar we willen inklaren in Belize en wat ook als 'next port' op onze Zarpe staat. Een uurtje onderweg nemen wind en golven (onverwacht) verder toe en omdat Punta Gorda volledig onbeschut lagerwal ligt besluiten we af te buigen naar Moho Cays en hier voor de nacht te ankeren. Hierdoor moeten we iets hoger aan de wind zeilen maar met de motor bij en eenmaal in de beschutting van het grote rif halen we prima.

Zomer bij Moho Cay
Dit zijn de officiele tarieven

In Moho Cay is het contrast met Guatemala gelijk duidelijk. Geen rivier en beboste bergen maar eindeloos veel eilandjes met palmen en mangroves en azuurblauw water. Iedereen neemt een frisse duik. We blijven wel aan boord: we zijn tenslotte nog niet officieel in Belize en willen geen gedoe. Dat gedoe komt er mogelijk toch al omdat we besluiten morgen door te varen naar Placencia om daar in te klaren, maar dan dus met een niet correcte Zarpe.De tocht naar Placencia op woensdag (11 maart) is ook weer heerlijk. Lopend windje, prachtig blauw water, overal riffen en eilandjes en als toetje het stadje zelf. We gaan op donderdag inklaren en hiermee zijn we ongeveer de hele dag zoet. Belize staat erom bekend dat inklaren nogal eens extra, officieuze, fees oplevert. We gaan het zien. Robert meldt zich om 08.00 uur bij de Harbour Office waar ze bellen met de andere 4 (!) diensten die in Big Creek zitten. Om het Zarpe probleem op te lossen moet Robert een verklaring opstellen waarom we naar Placencia zijn gegaan en deze verklaring moet op het postkantoor om de hoek een officieel stempel krijgen. Dat valt mee.
In de taxi naar immigration

Helaas kunne de officials niet naar ons komen (vaak kan dit) dus gaan wij naar Big Creek. Eerst met de grote boot de lagoon in, wat qua diepte zou moeten kunnen. Maar na een forse vastloper gaan we voor anker en met de dinghy verder naar Malacate Pier waar als het goed is een taxi klaar staat om ons verder te vervoeren.  De taxi staat er niet maar we gelukkig komt er net toevallig een andere voorbij. Inklaren bij Immigration, Customs en Port Control gaat vlot en vriendelijk. Bij BAHA (die gaan over dieren en agri en volkgezondheid) gaat het minder).
Dat is niet onze boot, niet zwaaien
Robert en de BAHA officer
De BAHA officier vraagt op de man af of we levende dieren aan boord hebben. Meestal is de vraag indirect en zeggen we nee omdat je met een verhaal over 'katten komen niet van de boot' je er wel uit kletst als dat moet maar deze keer was de vraag te letterlijk om 'nee' te zeggen. De officier reageert met 'fuck': hij moet aan het werk omdat de dieren geinspecteerd moeten worden en aangezien hij bij aankomst lag te slapen heeft hij vast geen zin in 'echt werk'.
Anneke, Robert en Meike haasten zich terug naar de boot om weer naar Placencia Harbour te varen zodat daar de BAHA man kan komen inspecteren. Ties, Amarins en Froukje kunnen met twee Amerikanen mee met de Hokey Pokey watertaxi maar krijgen uiteindelijk een lift van de watertaxi van de BAHA officials. Aan boord vraagt de BAHA man steeds 'waar is jullie boot'. Ties en Amarins houden wijselijk hun mond en zwaaien zekerheidshalve maar niet als ze ons voorbij stuiven. Ondertussen zijn wij druk om de verse groenten en fruit onder de banken te verstoppen; ook dat mag je niet zomaar invoeren in Belize en kan worden geconfisqueerd.
Placencia Harbour
Prachtige bloemen
Bijkomen van een dagje officials

Terug in Placencia Harbour vaart Robert naar de pier om de BAHA man op te halen. Hij had graag de katten op de pier gehad voor inspectie maar wij willen ze niet van boord halen. De man klimt met veel voorzichtigheid in de dinghy. Tijdens het varen vraagt Robert of hij wel kan zwemmen. 'Nee!'. Dat is niet handig bij zo'n baan maar verklaart wel het een en ander. Robert vaart terug naar de pier en handelt daar alle formaliteiten af, zonder inspectie dat dan wel. En met een bekeuring voor het niet vooraf aanmelden van de katten. Ach, het ging in zoveel landen goed, een keertje gedoe en extra betalen mag dan wel. Uiteindelijk zijn we om 16.30 klaar met alle inklaring en zijn we officieel in Belize. Wel 500 USD armer aan alle fees en de boete voor de katten. Belize is prijzig, dat was bekend, maar het is het waard: het is hier prachtig. We trakteren ons in de avond op cocktails in de Barefoot Bar. Heerlijk bijkomen aan het strand van alle drukte van vandaag.
Doorkijkje naar zee
We blijven nog een dagje langer in Placencia om het stadje wat te verkennen. Froukje boekt haar vliegticket terug naar Nederland op woensdag vanuit Belize City dus we hebben nog tijd voordat we daar moeten zijn.
 Placencia is een leuke stadje. Een prettige bohemian sfeer, veel eettentjes en barretjes. Vriendelijke locals, althans de meeste dan, ook hier tref je hier en daar een vreemde snuiter al dan onder invloed. Wat wel opvalt is het prijsverschil met Guatemala, we zijn duidelijk ergens anders.

De promenade / walkway
Op zaterdag varen we weer verder: eerst naar Lagoon Cay. Een heerlijke zeiltocht naar een mangrove eiland met een lagune waar we de enige zijn. Het waait 's avonds aardig door maar we liggen net beschut genoeg om geen last van de golven te hebben. Met de dingy gaan we op avontuur de lagune in.
Een morene
Op het strand bij Placencia
In de lagune kunnen we doorsteken naar de windkant van het eiland waar het eerste bijzondere dier wat we zien een Groene Murene is. Helaas hebben we geen camera paraat.
Terug op de boot nemen we nog een duik en pakken de snorkelspullen om het rif te gaan ontdekken. Op de zuidwest kant van het eiland leggen we de dinghy voor anker maar hier zien we niet zoveel bijzonders. Wat koraal, een paar vissen, niet spectaculair (ja, we zijn verwend).
De boot vauit de lagoon gezien
Even doorsteken naar de loefkant
We besluiten om het eiland heen te varen en komen een de noordoost zijde uit waar we een groep snorkelaars zien en een motorboot ter belegeleiding. Hier moeten we kennelijk zijn als er ook een dagtripboot ligt. In het water weten we het zeker: het koraal is prachtig en de vissen zwemmen overdadig. Wat is het hier mooi !Na nog een half uur (of langer ?) krijgen we het koud. We wisten nog niet dat dat kon in zulk warm tropisch water. We zijn precies op tijd terug op de boot voor 'snacky time', de middagborrel.
Snorkelen bij Lagoon Cay

De gopro heeft goede diensten bewezen en Anneke is superblij met haar duikbril op sterkte. Hiermee kan ze ook onderwater werkelijk goed zien. Na een prachtige zonsondergang en een lekker diner gaan we op tijd naar bed: een dag zeilen, met de dinghy erop uit en een tijd snorkelen: een heerlijk drukke dag.
Zonsondergang achter de heuvels van het vasteland

Op zondag varen we door naar de Colson Cays. Onderweg proberen we weer te vissen en deze keer is het raak: een klein tonijntje (een dwergtonijn). Belize is nu helemaal goed gekeurd. Anneke fileert de vis nog tijdens het zeilen en Ties maakt er  's avonds heerlijk sashimi van: een paar tellen per zijde aanbakken en dan serveren met o.a. sesamzaadjes. Een heerlijk maal, verser dan dit kun je het niet krijgen.
Dwergtonijn

De omgeving van de Colson Cays valt wat tegen: de lagua die overladen zou moeten zijn met vogels lijkt leeg en de snorkelplekken liggen in open water. Gezien de forse wind uit zuidoostelijke richting is hier niet veel te zien. We besluiten daarom de volgende dag (vandaag) direct anker op te gaan met als bestemming Robinson Island. Hier vinden we de mooiste snorkelplek waar we ooit zijn geweest, maar daar gaat het volgende blog verder.
Lekker !!!