Het leven in de Rio Dulce voelt wat dubbel. Aan de ene kant zijn we hier in een prachtig gebied met vriendelijke mensen, mooie natuur, heerlijk zwembaden en ander fijns. Aan de andere kant liggen we hier langer dan we eigenlijk wilden omdat het werk aan de boot niet zo vlot gaat als afgesproken.
Er wordt wel goed werk geleverd, maar het schiet niet zo op. Als al het polyesterwerk klaar is is 1 persoon aan het 'paintpreppen' en deze schiet in een week tijd eigenlijk niet op.
 |
| Niet vervelend |
Robert zit bijna op dagelijkse basis Orlando (de planner/aannemer) achter de vodden om te checken wie er komen werken en wat het eindresultaat is per paar dagen. De tijd vliegt en los van dat we weg willen lopen ook op 14 maart ons cruising permit en onze visa af. Na crisisberaad met Orlando krijgen we de toezegging dat ze op zijn laatst 6 maart klaar zijn zodat wij nog tijd hebben om op een gunstig weermoment het land te verlaten.
 |
| Welkom ! |
Nog een veel leukere reden waarom we willen varen is omdat Froukje op bezoek komt. Zondag 22 februari is het zover. Na een lange reis met veel overstappen landt ze in Porto Barrios. Anneke en Robert nemen een taxi naar dit vliegveld om haar te verwelkomen. Het is een heerlijk weerzien, net als 9 jaar geleden in Guadeloupe. |
| Drop, stroopwafels, paaseitjes, aanvalluh ! |
De rit terug naar Rio Dulce gaat mooi vlot maar onderweg rijden we wel het minder weer in. Er komt een front over (een 'Northerly') met veel wind en regen en de temperatuur daalt in no-time van 33 naar 23 graden. Goed voor Froukje om te kunnen acclimatiseren, zij komt tenslotte uit een winters Nederland.
 |
| United |
Op de boot gaat de grote tas uit Nederland open met ..... chocolade, drop en stroopwafels. Wat heerlijk. Na uitpakken en een beetje bijkomen gaan we met de dinghy naar de Sundog om met een etentje de goede aankomst te vieren.
 |
| Door het woud |
Vanwege de vertraging met de boot gaan we naast heerlijk zwemmen, eten en van de prachtige vogels, ook wat lokale bezienswaardigheden bekijken. We beginnen met de wandeltocht door de Hacienda Tijax. We laten ons met een Tuktuk afzetten bij de Tijax en beginnen de tocht over hangbruggen, door jungle maar ook bos en weide, met uiteindelijk een klim naar een oude Spaanse uitkijktoren met mooi uitzicht over de Rio.
 |
| Schitterende bloem |
We tracteren ons op een heerlijke lunch in de Tijax lodge en laten ons daarna door personeel van de lodge overvaren naar Frontera. Tijdens de lunch zagen we de kinderen voorbij dinghyen naar de MegaPaca en zo kunnen we met zijn allen weer terug naar de boot.
 |
| Eén van de loopbruggen bij Tijax |
De dag erna gaan we Frontera verkennen. Voor ons is dit bijna ons thuis inmiddels. Froukje gaat all-in en kijkt haar ogen uit. De eindeloze stroom brullende vrachtautos. De tientallen kramen en winkels op maar een meter afstand van de rand van de weg. En overal vriendelijke mensen in prachtige kleurrijke kleding.
 |
| Hout, de bron en het product |
We lopen de hoofdstraat heen en weer van het monument onder de brug tot aan de grote supermarkt en het blijft ook voor ons een bijzonder schouwspel hoe deze micro-samenleving functioneert.
 |
| Het beslag komt er weer op |
 |
| Dood moet je, dood ! |
We maken ook weer eens kennis met de mindere kant van het verblijf in warme en vochtige streken. We hebben opeens een grote kakkerlak in de kuip. Gelukkig hebben we in de hele boot horren voor de ramen gemaakt: vanaf zonsondergang worden de muggen hier heel actief en is bescherming nodig om niet opgevroten te worden.e In de boot hebben we een heleboel kakkerlakken-bestrijdingsdoosjes (mooi woord voor galgje?) neergezet en geen last maar de volwassen exemplaren komen af en toe aanvliegen. Met een gezonde dosis gif-uit-een-spuitbus hebben we dit exemplaar snel vermoord, hoewel deze nog weet weg te kruipen achter het reddingvlot. De volgende morgen vinden we hem (haar?) keurig op de rug.
Tussen ons zwemmen, eten en wat van de omgeving zien vlot het werk aan de boot gestadig. En zowaar: stuurboord is nu gespoten en ook gepolijst en ze gaan beslag passen om de nieuwe gaten en verbindingen te boren. Robert is standbye om te zorgen dat ze geen fouten maken en om de juiste stukken beslag aan te wijzen voor elke plek op dek. Dat dit nodig is blijkt wanneer ze één gat te veel boren ter hoogte van de arch voor de zonnepanelen. Gelukkig blijft het hierbij maken ze dit eenvoudig dicht.
 |
| Proost ! |
 |
| Mjam |
 |
| Nog meer mjam |
 |
| Hmmm ! |
 |
| Beste cocktail ! |
Met de toezegging dat de werf op 6 maart klaar is krijgen we zelf ook een beetje de vertrekkriebels. Hoewel we zelf niet geloven dat ze deze datum halen (gezien wat er nog gebeuren moet en het werktempo) zou een paar dagen later ook al mooi zijn. We zijn dan nog op tijd het land uit en Froukje kan nog een stuk werkelijk varen.De vertrekkriebels uiten zich in het voorbereidingen om echt weg te kunnen: boodschappen doen, opruimen, weerberichten in de gaten houden, nog wat kleine technische klusjes. Goed om daar mee bezig te zijn. Los van het dagelijks zwemmen en regelmatig uit eten gaan aan de overkant natuurlijk. Wat dat betreft gaan we Guatemala wel missen. We hebben af en toe ons te lange verblijf verwenst omdat op reis zijn om varend de wereld te ontdekken en niet 2,5 maand vast te liggen op één plek. Maar het land heeft ook een beetje onze harten gestolen: de hartelijke mensen, de prachtige natuur, het weer. het lekkere eten. We gaan dit zeker missen.
 |
| Nog even bij de Sundog |
 |
| Heen in de Collectivo |
 |
| Mooie vogel |
 |
| Gewoon, bij de winkels |
Het laatste uitstapje wat we hier gaan maken is naar Fort de Sao Filipe. Een 17e eeuws Spaans fort vanuit waar de toegang naar het achterland van de Rio Dulce werd bewaakt. We gebruiken voor de gelegenheid zo'n beetje alle mogelijkheden voor transport. Héén eerst met de tuktuk van de haven naar Fronteras, dan met een collectivo (een lokale minibus) naar het fort, en tenslotte met een lancha (snelle watertaxi) terug naar de haven.De rit met de collectivo is een bijzondere. De dienstregeling is bij de collectivo's eenvoudig: we gaan rijden als de bus vol is. Niet alleen de ramen kunnen open, ook de vloer heeft voldoende ventilatie. Op veel plekken kijk je zo op het wegdek. Ergens onderweg krijgt een van de dames die uitstapt een dikke pets op de kont van de andere dame onder het uitkramen van (als we het goed verstonden) "aan de kant met die dikke r**t. En dat vriendelijk en met een grote lach. Zoals we al schreven, hartelijk en open. Gelukkig stappen wij zo'n beetje als laatste uit.
 |
| Het fort |
Het fort is een leuke bezienswaardigheid. Compact, in goede staat, en wanneer de suppoost door heeft dat wij (of ieder geval Meike) Spaans spreken krijgen we een waterval aan informatie over ons heen. Leuk en informatief, maar op enig moment als hij even stil is bedanken we hem vriendelijk en gaat we weer verder.
En dan lijkt toch de dag aan te gaan breken dat de boot klaar is. Orlando denkt nog steeds dat ze vrijdag klaar zijn maar Robert helpt hem uit de droom en vraagt of hij de mannen op zaterdag heeft ingepland voor de hele dag tot het werk klaar is. Normaliter werken ze tot zaterdag 12.00 uur maar gezien wat er nog gebeuren moet gaat dat niet gehaald worden. En wij willen maandag vertrekken. 's avonds gaan we heerlijk uit eten bij de Hoppy House. Robert en Anneke staan zaterdagmorgen om 06.00 op om de zonnedoeken weg te halen en vast de arch op de plek te zetten: dat scheelt zaterdag weer tijd.
 |
| Terug in de lancha |
Uiteindelijk is het zaterdag rond 15.00 uur zover: alle scepters en kikkers zijn gemonteerd, de hekstoelen zitten erop en de arch staat weer. We gaan zelf de afdekplaatjes, railingdraad en zonnepanelen op zondag monteren. Dat zullen we de mannen niet meer vragen: om zelf weg te kunnen en omdat ze al mooi werk geleverd hebben en het wel klaar vinden voor nu.
 |
| Hij is klaar ! |
We maken ons zondag buitengewoon nuttig met het afmonteren van de boot, groot boodschappen doen, en het weer op- en inruimen van de boot na de werkzaamheden. Na al het gedane werk gaan we voor de laatste keer uit eten bij de Sundog: een afscheidsdiner.
 |
| De uiterton bij de Rio Dulce |
 |
| Onderweg naar het afscheidsmaal |
 |
| Nog even knutseldraadjes kopen |
 |
| Prachtige natuur |
 |
| We worden losggegooid |
 |
| Tanken |
Maandagmorgen is dan vertrekdag. Eindelijk. Met een boot die mooier en sterker en vooral droger is dan bij aankomst. En na een heerlijke tijd in Guatemala. Na het betalen van het liggeld worden we losgegooid. Of eigenlijk losgedoken: de voorlijnen moeten onder water van de moorings worden losgeknoopt. Waarom ze dit systeem zo hebben is ons onduidelijk. Iedereen keer dat een boot aankomt of vertrekt moet een medewerker van de haven in het water en duiken naar de bevestigingspunten van de lijnen.We nemen afscheid van Ronald en Liesbeth die naast ons lagen de laatste dagen en varen met een rustig gangetje richting het bunkerstation van Ram Marina.Bij RAM vullen we de dieseltanks en tanken we drinkwater. Hier krijgen we iets mee van de onrust in het midden-oosten: de dieselprijs is omhooggegaan van 29 quetzales naar 33 quetzales, per gallon wel te verstaan. Een forse stijging maar nog steeds maar 1 euro per liter.
 |
De laatste mijltjes door de Rio
|
Na het tanken varen we nog even langs de Deinde om vaarwel te zeggen. Ook zij zijn al die tijd in de Rio Dulce gebleven. Eerst vanwege familiebezoek, toen om op een onderdeel te wachten, en nu is Shawn in Canada omdat zijn Oma dreigt te overlijden. Daarbij hadden ze al min of meer besloten na dit voorjaar hun reis te beeindigen zodat hun oudste zoon kan gaan studeren in Canada. Het plan is / was om met enige haast naar Florida te zeilen om daar de boot te proberen te verkopen. We hopen ze nog te treffen in Belize of verderop maar het is niet zeker of dit gaat lukken.We stomen rustig de Rio Dulce af richting Livingston, de kustplaats waar we moeten uitklaren. Het is heerlijk om weer te varen al kunnen we het nog niet zeilen: de heersende windrichting is hier tegen, nog versterkt door het relief van het land. Uiteindelijk komen we rond 16.00 uur in Livingston, mooi op tijd om in de middag nog te kunnen uitklaren.
Het uitklaren gaat weer vlot dankzij de hulp van Raul, de agent. We hadden zaterdag al kopieen van onze paspoorten gestuurd en het voornemen om dinsdag het land uit te zeilen. We lopen bij hem het kantoor binnen, laten de paspoorten achter en als we 15 minuten later terugkomen is alles geregeld: de Zarpe, immigration. En dat voor ongeveer 60 USD fee, waarmee je jezelf aardig wat moeite en een tocht langs de officials bespaart. Daarvan krijgen we in Belize nog een forse portie, dus hier maken we het ons makkelijk.

Na een redelijk rustige nacht achter anker gaan we dinsdagmorgen anker op om Belize te varen. Daarvoor moeten we eerst over de drempel van de rivier heen. Er staat nu wat meer water en we hebben recente routepunten waar diep water zou moeten zijn. Toch lopen we ver voor het ondiepste punt weer aan de grond in redelijk stevig zand (of dichte modder?).

Ook nu hebben we dus weer de hulp van Hector nodig. Hector is de broer van Raul, dus die hebben samen een mooi handeltje. Eén boot trekt ons aan een val scheef, en één boot trekt ons met een gangetje van 5 knopen naar buiten. Als we even blijven steken trekken ze ons wat schever, en als er wat meer water is laten ze ons weer wat rechtop komen. We vergeten net als op de heenweg de afsluiter van de wasbak aan stuurboord, dus die natte cel krijgt weer een zoute douche van de overlopende wasbak. Foutje. In no-time zijn we weer buiten. Minste diepte die we zagen was 1m20. Later lezen we op Facebook dat juist deze week er weer betonning is gelegd maar dat ook daar schepen met 1m50 diepgang nog hulp nodig hebben om naar buiten te komen. Het lag dus niet aans ons, of ook de betonning ligt verkeerd.Eenmaal buiten zetten we koers op Punta Gorda. Dit is waar we willen inklaren in Belize en wat ook als 'next port' op onze Zarpe staat. Een uurtje onderweg nemen wind en golven (onverwacht) verder toe en omdat Punta Gorda volledig onbeschut lagerwal ligt besluiten we af te buigen naar Moho Cays en hier voor de nacht te ankeren. Hierdoor moeten we iets hoger aan de wind zeilen maar met de motor bij en eenmaal in de beschutting van het grote rif halen we prima.
 |
| Zomer bij Moho Cay |
 |
| Dit zijn de officiele tarieven |
In Moho Cay is het contrast met Guatemala gelijk duidelijk. Geen rivier en beboste bergen maar eindeloos veel eilandjes met palmen en mangroves en azuurblauw water. Iedereen neemt een frisse duik. We blijven wel aan boord: we zijn tenslotte nog niet officieel in Belize en willen geen gedoe. Dat gedoe komt er mogelijk toch al omdat we besluiten morgen door te varen naar Placencia om daar in te klaren, maar dan dus met een niet correcte Zarpe.De tocht naar Placencia op woensdag (11 maart) is ook weer heerlijk. Lopend windje, prachtig blauw water, overal riffen en eilandjes en als toetje het stadje zelf. We gaan op donderdag inklaren en hiermee zijn we ongeveer de hele dag zoet. Belize staat erom bekend dat inklaren nogal eens extra, officieuze, fees oplevert. We gaan het zien. Robert meldt zich om 08.00 uur bij de Harbour Office waar ze bellen met de andere 4 (!) diensten die in Big Creek zitten. Om het Zarpe probleem op te lossen moet Robert een verklaring opstellen waarom we naar Placencia zijn gegaan en deze verklaring moet op het postkantoor om de hoek een officieel stempel krijgen. Dat valt mee.
 |
| In de taxi naar immigration |
Helaas kunne de officials niet naar ons komen (vaak kan dit) dus gaan wij naar Big Creek. Eerst met de grote boot de lagoon in, wat qua diepte zou moeten kunnen. Maar na een forse vastloper gaan we voor anker en met de dinghy verder naar Malacate Pier waar als het goed is een taxi klaar staat om ons verder te vervoeren. De taxi staat er niet maar we gelukkig komt er net toevallig een andere voorbij. Inklaren bij Immigration, Customs en Port Control gaat vlot en vriendelijk. Bij BAHA (die gaan over dieren en agri en volkgezondheid) gaat het minder).
 |
| Dat is niet onze boot, niet zwaaien |
 |
| Robert en de BAHA officer |
De BAHA officier vraagt op de man af of we levende dieren aan boord hebben. Meestal is de vraag indirect en zeggen we nee omdat je met een verhaal over 'katten komen niet van de boot' je er wel uit kletst als dat moet maar deze keer was de vraag te letterlijk om 'nee' te zeggen. De officier reageert met 'fuck': hij moet aan het werk omdat de dieren geinspecteerd moeten worden en aangezien hij bij aankomst lag te slapen heeft hij vast geen zin in 'echt werk'.
 |
| Doorkijkje naar zee |
We blijven nog een dagje langer in Placencia om het stadje wat te verkennen. Froukje boekt haar vliegticket terug naar Nederland op woensdag vanuit Belize City dus we hebben nog tijd voordat we daar moeten zijn.
Placencia is een leuke stadje. Een prettige bohemian sfeer, veel eettentjes en barretjes. Vriendelijke locals, althans de meeste dan, ook hier tref je hier en daar een vreemde snuiter al dan onder invloed. Wat wel opvalt is het prijsverschil met Guatemala, we zijn duidelijk ergens anders.
 |
| De promenade / walkway |
Op zaterdag varen we weer verder: eerst naar Lagoon Cay. Een heerlijke zeiltocht naar een mangrove eiland met een lagune waar we de enige zijn. Het waait 's avonds aardig door maar we liggen net beschut genoeg om geen last van de golven te hebben. Met de dingy gaan we op avontuur de lagune in.
 |
| Een morene |
 |
| Op het strand bij Placencia |
In de lagune kunnen we doorsteken naar de windkant van het eiland waar het eerste bijzondere dier wat we zien een Groene Murene is. Helaas hebben we geen camera paraat.
Terug op de boot nemen we nog een duik en pakken de snorkelspullen om het rif te gaan ontdekken. Op de zuidwest kant van het eiland leggen we de dinghy voor anker maar hier zien we niet zoveel bijzonders. Wat koraal, een paar vissen, niet spectaculair (ja, we zijn verwend).
 |
| De boot vauit de lagoon gezien |
 |
| Even doorsteken naar de loefkant |
We besluiten om het eiland heen te varen en komen een de noordoost zijde uit waar we een groep snorkelaars zien en een motorboot ter belegeleiding. Hier moeten we kennelijk zijn als er ook een dagtripboot ligt. In het water weten we het zeker: het koraal is prachtig en de vissen zwemmen overdadig. Wat is het hier mooi !Na nog een half uur (of langer ?) krijgen we het koud. We wisten nog niet dat dat kon in zulk warm tropisch water. We zijn precies op tijd terug op de boot voor 'snacky time', de middagborrel.
 |
| Snorkelen bij Lagoon Cay |
De gopro heeft goede diensten bewezen en Anneke is superblij met haar duikbril op sterkte. Hiermee kan ze ook onderwater werkelijk goed zien. Na een prachtige zonsondergang en een lekker diner gaan we op tijd naar bed: een dag zeilen, met de dinghy erop uit en een tijd snorkelen: een heerlijk drukke dag.
 |
| Zonsondergang achter de heuvels van het vasteland |
Op zondag varen we door naar de Colson Cays. Onderweg proberen we weer te vissen en deze keer is het raak: een klein tonijntje (een dwergtonijn). Belize is nu helemaal goed gekeurd. Anneke fileert de vis nog tijdens het zeilen en Ties maakt er 's avonds heerlijk sashimi van: een paar tellen per zijde aanbakken en dan serveren met o.a. sesamzaadjes. Een heerlijk maal, verser dan dit kun je het niet krijgen.
 |
| Dwergtonijn |
De omgeving van de Colson Cays valt wat tegen: de lagua die overladen zou moeten zijn met vogels lijkt leeg en de snorkelplekken liggen in open water. Gezien de forse wind uit zuidoostelijke richting is hier niet veel te zien. We besluiten daarom de volgende dag (vandaag) direct anker op te gaan met als bestemming Robinson Island. Hier vinden we de mooiste snorkelplek waar we ooit zijn geweest, maar daar gaat het volgende blog verder.
 |
| Lekker !!! |